8.1 Het werkt | Sleep de woorden

1. Maakt voedsel klein zodat voedingsstoffen in het bloed opgenomen kunnen worden.
2. Neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af via de longen.
3. Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar organen via hart en bloedvaten.
4. Verwijdert afvalstoffen uit je lichaam via nieren en urinewegen.
5. Stuurt organen aan met impulsen en laat ze samenwerken.
6. Kleinste bouwsteen van je lichaam met een celmembraan en organellen.
7. Buitenste laag van een cel die stoffen regelt en contact met omgeving houdt.
8. Structuren op celmembraan die signalen zoals hormonen kunnen ontvangen.
9. Waterige vloeistof in de cel met opgeloste stoffen en organellen.
10. Deel van een cel met een specifieke functie, zoals energie maken.
11. Bevat DNA dat bepaalt wat de cel doet en hoe die werkt.
12. Kleine structuren in cellen die eiwitten maken.
13. Netwerk van membranen voor het transport van eiwitten in een cel.
14. Energiecentrales van de cel waar verbranding van glucose plaatsvindt.
15. Belangrijke energierijke voedingsstof die bij verbranding energie oplevert.
16. Gas uit lucht nodig voor verbranding van glucose in cellen.
17. Proces waarbij glucose en zuurstof energie, koolstofdioxide en water opleveren.
18. Afvalstof van verbranding die via ademhaling wordt uitgeademd.
19. Afvalstof van verbranding die je kwijtraakt via urine, zweet of adem.
20. Nodig voor beweging, warmte, denken en processen in je lichaam.
Score: 0 van de 20 goed (0%)
Verteringsstelsel
Ademhalingsstelsel
Bloedvatenstelsel
Uitscheidingsstelsel
Zenuwstelsel
Cel
Celmembraan
Receptoren
Cytoplasma
Organel
Celkern
Ribosomen
Endoplasmatisch reticulum
Mitochondriën
Glucose
Zuurstof
Verbranding
Koolstofdioxide
Water
Energie