7.5 Veilig eten Samenvatting
Hoe kun je ziek worden van eten?
Van voedsel kun je ziek worden als er ziekteverwekkers of giftige stoffen in zitten. Dit kan gebeuren via drie routes: schadelijke bacteriën en schimmels, giftige stoffen uit het milieu of resten van bestrijdingsmiddelen en medicijnen. Bacteriën kunnen direct een voedselinfectie veroorzaken, of via hun toxinen een voedselvergiftiging. Ook sommige parasieten, zoals lintwormen, kun je binnenkrijgen via besmet voedsel. Die leven op of in een ander organisme en kunnen je flink ziek maken.
Hoe komen schadelijke stoffen in voedsel terecht?
Schadelijke stoffen uit het milieu – bijvoorbeeld zware metalen zoals lood en kwik – komen via planten en dieren in ons eten terecht. Andere stoffen, zoals dioxine en pcb’s, ontstaan bij verbranding van materialen met chloor. Deze stoffen zijn toxisch en kunnen zich ophopen in je lichaam, vooral in vet. Daardoor kunnen ze op lange termijn ziektes veroorzaken, zoals kanker. Ook via resten van bestrijdingsmiddelen en medicijnen in groente, fruit en vlees kunnen schadelijke stoffen binnenkomen. Al deze stappen samen noemen we de productieketen.
Hoeveel gifstof mag je binnenkrijgen?
Of je ziek wordt van een stof, hangt af van de dosis – de hoeveelheid die je per kilogram lichaamsgewicht binnenkrijgt. Hoe lager de dosis die schade veroorzaakt, hoe toxischer de stof. Onderzoekers gebruiken een dosis-effectdiagram om te bepalen hoeveel schade een bepaalde dosis veroorzaakt. Het punt waarop geen schade meer optreedt, noemen we het no-effect-level. Op basis daarvan wordt de Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI) vastgesteld: hoeveel je dagelijks mag binnenkrijgen zonder ziek te worden. Voor dodelijke effecten berekenen onderzoekers de LD50: de dosis waarbij 50% van de testorganismen sterft.
Wat is het echte risico van voedsel?
Het risico dat je ziek wordt van een stof in je eten hangt niet alleen af van hoe gevaarlijk die stof is, maar ook van hoeveel je ervan binnenkrijgt. Dat noemen we risico = gevaar × blootstelling. Zelfs bij een heel gevaarlijke stof, zoals botuline, loop je geen risico zolang je er niet mee in contact komt. Toch schatten consumenten het risico vaak hoger in dan het werkelijk is. Wetenschappers vinden bijvoorbeeld een ongezond dieet of voedselinfecties gevaarlijker dan resten van bestrijdingsmiddelen, terwijl consumenten daar juist het meest bang voor zijn.
Woordenlijst
- Aanvaardbare Dagelijkse Inname (ADI): Hoeveelheid van een stof per kilogram lichaamsgewicht die je elke dag mag binnenkrijgen zonder dat je er ziek van wordt.
- Dioxine: Giftige stoffen die ontstaan door verbranding van stoffen met chloor erin.
- Dosis: Hoeveelheid die je van een stof binnenkrijgt, uitgedrukt in aantal milligram of microgram per kilogram lichaamsgewicht.
- Dosis-effectdiagram: Diagram dat het verband laat zien tussen een dosis van een stof en het schadelijke effect van de stof.
- LD50: Letale dosis; de dosis waarbij 50% van de organismen sterft als ze aan die dosis worden blootgesteld.
- No-effect-level: Dosis waaraan organismen langdurig kunnen worden blootgesteld zonder dat er schade optreedt.
- Parasieten: Organismen die alleen kunnen overleven op of in een ander organisme; kunnen je via voedsel ziek maken.
- Pcb's: Giftige stoffen die ontstaan door verbranding van stoffen met chloor erin.
- Productieketen: De stappen in het hele productieproces van bijvoorbeeld voedingsmiddelen.
- Toxinen: Giftige stoffen.
- Toxisch: Ander woord voor giftig.
- Voedselvergiftiging: Als je ziek wordt door giftige stoffen die bacteriën in je voedsel maken.
- Zware metalen: Metalen met een hoge soortelijke massa, meestal giftig; bijvoorbeeld lood en cadmium.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 7.5 .