6.6 Geslachtelijke voortplanting Samenvatting
Geslachtscellen
Geslachtelijke voortplanting gebeurt wanneer de kern van een mannelijke geslachtscel
(bijvoorbeeld stuifmeel) versmelt met die van een vrouwelijke (eicel).
Hierdoor ontstaat een bevruchte eicel waaruit een nieuw organisme groeit.
Voor geslachtelijke voortplanting zijn altijd twee geslachtscellen nodig.
Bij planten gebeurt dit via zelfbestuiving (dezelfde plant) of kruisbestuiving
(verschillende planten van dezelfde soort).
Ontstaan van geslachtscellen
Geslachtscellen ontstaan door meiose, een speciale celdeling waarbij chromosomen worden verdeeld zonder dat ze eerst gekopieerd worden. Hierdoor bevatten geslachtscellen de helft van het aantal chromosomen van de moedercel.
Bij ongeslachtelijke voortplanting (zoals bij tulpen met bollen) blijven chromosomen en DNA gelijk aan die van de ouder. Bij geslachtelijke voortplanting zorgt meiose juist voor genetische variatie.
Bevruchting
Bij bevruchting versmelten twee geslachtscellen, zoals een stuifmeelkorrel en een eicel met elk 12 chromosomen, tot een bevruchte eicel met 24 chromosomen. Deze ontwikkelt zich via gewone celdeling tot een nieuwe plant. Het DNA van de nakomeling bestaat voor de helft uit DNA van elk ouderorganisme. Door kleine verschillen in het DNA van de ouders ontstaat variatie in de nakomelingen.
Dieren
Bij dieren versmelt een zaadcel met een eicel,
ook gevormd door meiose. Daardoor verschillen de erfelijke eigenschappen
van de nakomelingen van die van de ouders.
- Uitwendige bevruchting: vindt plaats buiten het lichaam, bijvoorbeeld bij vissen en kikkers. Zaad- en eicellen worden in het water afgezet.
- Inwendige bevruchting: vindt plaats in het lichaam van het vrouwtje, bijvoorbeeld bij insecten, vogels en zoogdieren.
Dieren die eieren op het land leggen, vormen een schaal om uitdroging te voorkomen. Bij waterdieren is die schaal meestal niet nodig.
Woordenlijst
- Geslachtscellen: Cellen die bedoeld zijn voor voortplanting; ze kunnen samensmelten bij bevruchting om een nieuw organisme te vormen.
- Inwendige bevruchting: Bevruchting die in het lichaam van het vrouwtje plaatsvindt, zoals bij insecten, vogels en zoogdieren.
- Meiose: Een speciale celdeling waarbij chromosomen worden verdeeld, zodat geslachtscellen de helft van het aantal chromosomen van de moedercel krijgen.
- Uitwendige bevruchting: Bevruchting die buiten het lichaam plaatsvindt, bijvoorbeeld in het water bij vissen en kikkers.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 6.6 .