6.5 Ongeslachtelijke voortplanting Samenvatting

Een nieuwe plant

Bij geslachtelijke voortplanting versmelt de kern van een stuifmeelkorrel met de kern van een eicel, waardoor een zaad ontstaat. Bij ongeslachtelijke voortplanting groeit een deel van een plant uit tot een nieuwe plant, zonder bevruchting. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er aan de bladrand kleine plantjes ontstaan die na het afvallen zelfstandig verder groeien.

Celdeling

Alle cellen van een organisme bevatten dezelfde chromosomen in de celkern, die het DNA met erfelijke informatie bevatten. Bij celdeling worden deze chromosomen gekopieerd, waarna elke dochtercel een volledige set chromosomen krijgt. Hierdoor zijn de nakomelingen genetisch identiek aan de ouderplant.

Knollen

Afbeelding van een knol zoals een aardappel en een bol zoals een ui met knoppen, reservevoedsel en ondergrondse plantendelen Een knol, zoals een aardappel, is een verdikte ondergrondse stengel met reservevoedsel en knoppen (ook wel ‘ogen’ genoemd). Uit zo’n knop groeit een nieuwe plant. Deze nieuwe plant vormt zelf ook weer knollen, waarmee de cyclus zich herhaalt.

Bollen

Bollen, zoals bij tulpen en uien, bestaan uit een bolschijf (korte stengel), rokken (verdikte bladeren met reservevoedsel) en knoppen. Uit één knop groeit een plant; uit andere knoppen ontstaan nieuwe bollen. Ook deze nieuwe planten zijn genetisch identiek aan de ouder.

Uitlopers en wortelstokken

Sommige planten, zoals de aardbeiplant, vormen uitlopers: bovengrondse stengels waarop jonge planten ontstaan. Bij planten zoals het lelietje-van-dalen ontstaan jonge planten uit wortelstokken, wat ondergrondse stengels zijn.

Weefselkweek

Plantenkwekers gebruiken ongeslachtelijke voortplanting voor het vermeerderen van planten.

  • Stekken: een stukje stengel of blad groeit uit tot een nieuwe plant.
  • Schema van de levenscyclus van een kwal met poliep, ongeslachtelijke voortplanting, jonge kwalletjes en volwassen kwal
  • Weefselkweek: uit een groeipunt (meestal uit een knop) groeien op een speciale voedingsbodem vele identieke plantjes. Zo kunnen duizenden nieuwe planten uit één ouderplant ontstaan.

Andere organismen

Ook eencelligen zoals bacteriën planten zich voort via celdeling, en gisten doen dit door knopvorming. Sommige dieren, zoals kwallen, kennen ook ongeslachtelijke voortplanting. Een kwal start als poliep, waaruit door ongeslachtelijke voortplanting kleine kwalletjes ontstaan. Deze groeien uit tot volwassen kwallen, die zich vervolgens weer geslachtelijk voortplanten om nieuwe poliepen te vormen.

Woordenlijst

  • Bollen: Ondergrondse organen die bestaan uit een bolschijf met rokken (verdikte bladeren met reservevoedsel) en knoppen, waaruit nieuwe planten kunnen groeien.
  • Bolschijf: Een heel korte stengel aan de onderkant van een bol, waaraan de rokken vastzitten.
  • Geslachtelijke voortplanting: Voortplanting waarbij bevruchting plaatsvindt: de kern van een stuifmeelkorrel versmelt met de kern van een eicel.
  • Groeipunt: Een deel van een plant, meestal in een knop, waar cellen zich delen en waaruit nieuwe plantendelen ontstaan.
  • Knollen: Verdikte delen van de stengel met reservevoedsel en knoppen waaruit nieuwe planten kunnen groeien, bijvoorbeeld bij de aardappelplant.
  • Knoppen: Delen van een plant waaruit nieuwe scheuten of bloemen kunnen ontstaan; ze bevatten groeipunten.
  • Ongeslachtelijke voortplanting: Voortplanting waarbij een deel van een organisme uitgroeit tot een nieuw organisme met dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouder.
  • Rokken: Verdikte bladeren in een bol waarin reservevoedsel is opgeslagen.
  • Uitlopers: Bovengrondse stengels waaraan op verschillende plaatsen jonge planten ontstaan, zoals bij de aardbeiplant.
  • Vermeerderen: Het toepassen van ongeslachtelijke voortplanting door planten te kweken, bijvoorbeeld door stekken of weefselkweek.
  • Weefselkweek: Manier van vermeerderen waarbij groeipunten van planten in een voedingsbodem worden geplaatst zodat daaruit nieuwe plantjes groeien.
  • Wortelstokken: Ondergrondse stengels waaraan jonge planten ontstaan, bijvoorbeeld bij het lelietje-van-dalen.