6.2 Piramiden | Uitlegfilm

In deze uitleg leer je wat een piramide van aantallen is en wat je daaruit kunt afleiden. Daarna kijk je ook naar een piramide van biomassa. Beide piramiden laten zien hoe organismen in een ecosysteem met elkaar samenhangen.

Als voorbeeld gebruiken we een voedselketen met een eik, een rups, een koolmees en een havik. De eik wordt gegeten door de rups, de rups wordt gegeten door de koolmees en de koolmees wordt vervolgens gegeten door de havik. Zo’n voedselketen kun je niet alleen met pijlen tekenen, maar ook weergeven in een piramide.

Piramide van aantallen

In een piramide van aantallen kijk je naar het aantal organismen in elke schakel van de voedselketen. In een bepaald gebied staan bijvoorbeeld enkele eiken. Op die eiken leven veel rupsen. Daarna zijn er minder koolmezen, omdat zij van de rupsen leven. Ten slotte zijn er nog minder haviken, omdat zij afhankelijk zijn van de koolmezen.

Je ziet dus dat het aantal organismen per schakel afneemt. Dat is logisch, want niet alle energie uit de ene schakel komt terecht in de volgende. Rupsen nemen energie op uit de bladeren van de eik, maar gebruiken een deel daarvan zelf. Ze verbranden stoffen voor hun levensprocessen en raken ook energie kwijt via hun uitwerpselen. Daardoor blijft er minder over voor de koolmezen.

Daarom kunnen er in een stabiel gebied nooit evenveel koolmezen zijn als rupsen. Op dezelfde manier kunnen er ook niet veel haviken zijn, want daarvoor zouden er te weinig koolmezen overblijven als voedsel. Zo laat een piramide van aantallen goed zien hoe het aantal organismen hoger in de voedselketen steeds kleiner wordt.

Bij een eik lijkt het onderste deel van de piramide soms klein, omdat je maar één boom tekent. Toch is dat niet vreemd. Eén grote boom kan namelijk genoeg voedsel leveren voor heel veel rupsen. Wanneer je niet het aantal bomen telt, maar bijvoorbeeld alle bladeren en eikels, dan krijgt de piramide nog duidelijker een echte piramidevorm.

Piramide van biomassa

Naast de piramide van aantallen bestaat er ook een piramide van biomassa. Biomassa is de hoeveelheid energierijke stoffen in een organisme of in een hele schakel van de voedselketen. Denk bijvoorbeeld aan glucose en andere stoffen waarin energie is opgeslagen.

De eik is een producent. Dat betekent dat deze plant met behulp van zonlicht zelf energierijke stoffen kan maken. Vervolgens leven de rupsen van die plant. Daarna leven de koolmezen van de rupsen en de haviken weer van de koolmezen. In elke volgende schakel is de totale biomassa kleiner.

Dat komt doordat organismen een deel van hun energierijke stoffen zelf gebruiken. Een rups moet bijvoorbeeld groeien, bewegen en aan verbranding doen. Ook verliest een organisme stoffen via uitwerpselen. Daardoor gaat er bij elke stap in de voedselketen biomassa verloren. Vervolgens blijft er minder biomassa over voor de volgende schakel.

Een piramide van biomassa heeft daarom meestal een duidelijke piramidevorm. Onderaan is veel biomassa aanwezig bij de producenten. Daarboven is minder biomassa bij de planteneters, vervolgens nog minder bij de vleeseters en helemaal bovenaan het minst bij de roofdieren.

Wat kun je uit deze piramiden afleiden?

Zowel een piramide van aantallen als een piramide van biomassa laat zien dat hogere schakels in een voedselketen afhankelijk zijn van de schakels daaronder. Doordat er steeds energie en biomassa verloren gaan, kunnen er steeds minder organismen leven naarmate je hoger in de keten komt.

Je gebruikt deze piramiden dus om in een groot gebied te schatten hoeveel organismen er per schakel zijn of hoeveel biomassa er per schakel aanwezig is. Daarom helpen ze je om ecosystemen beter te begrijpen en voedselrelaties overzichtelijk weer te geven.