6.1 Organismen in delen | Invuloefening

Overal om ons heen leven . Deze kun je indelen in vier grote groepen, die we noemen: het dierenrijk, het plantenrijk, het rijk en het bacterierijk. Organismen worden ingedeeld op basis van de bouw van hun . Alle cellen hebben een celmembraan en , maar verschillen in andere onderdelen. Zo heeft een dierencel wel een , maar geen , vacuole of bladgroenkorrels. Een plantencel heeft deze onderdelen vaak wel. Schimmels hebben ook een en vacuole, maar geen . Bacteriën zijn kleiner en hebben geen . Binnen elk rijk worden organismen verder verdeeld in groepen, zoals bij het plantenrijk: wieren, sporenplanten en zaadplanten. De kleinste groep is de , en organismen behoren tot dezelfde soort als ze samen nakomelingen kunnen krijgen.


Organismen krijgen een naam volgens het systeem van Linnaeus. Die naam bestaat uit twee delen: de (zoals een achternaam, met een hoofdletter) en de aanduiding (zoals een voornaam, met een kleine letter). Zo heeft de gewone eekhoorn de naam Sciurus vulgaris, waarbij Sciurus het geslacht is en vulgaris de soortaanduiding.

Score: 0 van de 15 goed (0%)
Score: 0 van de 1 goed (0%)