6.1 Eten en gegeten worden | Sleep de woorden

1. Dieren die zowel planten als dieren eten; zitten in meerdere schakels van een keten.
2. Dieren die energierijke stoffen uit voedsel halen; planteneters, vleeseters of alleseters.
3. Stoffen met weinig energie, zoals water, mineralen, zuurstof en koolstofdioxide.
4. Stoffen zoals glucose, vetten en eiwitten; bevatten veel opgeslagen energie.
5. Proces waarbij een plant van water en koolstofdioxide glucose en zuurstof maakt.
6. Proces waarbij stoffen in de natuur steeds opnieuw worden hergebruikt.
7. Voedingsstof uit de bodem die planten opnemen met hun wortels.
8. Dieren die alleen planten eten; consumenten van de eerste orde.
9. Organismen met bladgroen die energierijke stoffen maken uit zonlicht en grondstoffen.
10. Schimmels en bacteriën die dode resten afbreken tot bruikbare stoffen voor planten.
11. Alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen.
12. Dieren die andere dieren eten; consumenten van de tweede orde of hoger.
13. Reeks soorten waarbij elk organisme wordt gegeten door het volgende.
14. Alle voedselrelaties in een gebied; meerdere ketens die in elkaar overlopen.
15. Proces waarbij glucose met zuurstof reageert en energie vrijkomt voor organismen.
Score: 0 van de 15 goed (0%)
Alleseters
Consumenten
Energiearme stoffen
Energierijke stoffen
Fotosynthese
Kringloop
Mineraal
Planteneters
Producenten
Reducenten
Stofwisseling
Vleeseters
Voedselketen
Voedselweb
Verbranding