5.5 Planten kweken Samenvatting

Hoe worden planten gekweekt?

In Nederland worden veel verschillende soorten planten gekweekt. Denk aan groenten, fruit, bloemen en kamerplanten. Dit gebeurt op drie manieren: akkerbouw, tuinbouw en glastuinbouw. Bij akkerbouw worden grote akkers gebruikt voor één soort gewas, zoals tarwe of aardappels. In de tuinbouw gaat het om kleinere akkers waarop vooral groenten en fruit groeien, zoals appels of asperges. In de glastuinbouw groeien planten in kassen. Daar kan de tuinder met lampen en kachels het klimaat regelen, zodat planten zelfs in de winter goed groeien.

Groeien planten altijd uit zaad?

Veel planten ontstaan door geslachtelijke voortplanting. Hierbij zorgen bestuiving en bevruchting voor zaden waaruit nieuwe planten groeien. Maar planten kunnen zich ook zonder bevruchting voortplanten. Dit heet ongeslachtelijke voortplanting. Daarbij groeit er uit een stukje van een volwassen plant een nieuw plantje. Er zijn verschillende manieren waarop dat kan, zoals via wortelstokken, uitlopers, bollen of knollen.

Voorbeelden van ongeslachtelijke voortplanting

Bijvoorbeeld muntplanten maken ondergrondse wortelstokken, waaruit nieuwe planten groeien. Aardbeienplanten maken uitlopers: lange stengels over de grond met op bepaalde plekken wortels. Bollen, zoals bij tulpen, bevatten klisters, waaruit nieuwe bollen ontstaan. En knollen zoals aardappels maken uitlopers met nieuwe knollen aan het uiteinde. Planten die geen van deze delen hebben, kun je vaak stekken: je knipt een stukje af en laat dat wortels maken in water of speciale grond.

Hoe laat je planten beter groeien?

Een akkerbouwer zorgt goed voor zijn gewassen door te bemesten, te wieden en ongedierte te bestrijden, maar het weer kan hij niet beïnvloeden. In de glastuinbouw kan dat wél: tuinders regelen het klimaat in de kas precies met kachels en lampen. De kachels zorgen niet alleen voor warmte, maar ook voor koolstofdioxide, dat planten gebruiken voor de fotosynthese. Door al deze technieken kunnen planten zoals tomaten het hele jaar door groeien.

Hoe maak je betere planten?

Kwekers willen planten met de beste eigenschappen, zoals sterke stengels, mooie bloemen of lekkere vruchten. Ze doen dit door veredelen: planten verbeteren door goede eigenschappen te combineren. Ze beginnen met kruisen: het overbrengen van stuifmeel van de ene plant op de andere. Uit de zaden die dan ontstaan, groeien nieuwe planten. Daaruit selecteert de kweker de beste exemplaren om verder mee te kruisen. Als er uiteindelijk planten zijn met precies de juiste eigenschappen, gaat hij deze vermeerderen via ongeslachtelijke voortplanting. Zo blijven alle eigenschappen behouden.

Woordenlijst

  • Akkerbouw: Teelt waarbij op grote akkers één soort gewas wordt verbouwd.
  • Bollen: Stukjes stengel met bladeren waarin knoppen ontstaan die kunnen uitgroeien tot nieuwe planten.
  • Glastuinbouw: Teelt in kassen waarin de tuinder het klimaat kan regelen met warmte en licht.
  • Geslachtelijke voortplanting: Manier van voortplanten waarbij nakomelingen ontstaan na bestuiving en bevruchting.
  • Klisters: Kleine knoppen tussen de rokken van een bol waaruit nieuwe bollen ontstaan.
  • Knollen: Verdikte stengels die uitlopers kunnen vormen waaruit nieuwe knollen en uiteindelijk nieuwe planten groeien.
  • Kruisen: Overbrengen van stuifmeel van de ene plant naar de stamper van een andere plant om nakomelingen met gewenste eigenschappen te krijgen.
  • Ongeslachtelijke voortplanting: Manier van voortplanten waarbij uit een deel van een volwassen plant een nieuw plantje groeit zonder bevruchting.
  • Selecteert: Het kiezen van de beste planten uit een groep om daarmee verder te kweken.
  • Stekken: Manier van vermeerderen waarbij een afgesneden deel van een plant wortels vormt en uitgroeit tot een nieuwe plant.
  • Tuinbouw: Teelt waarbij vooral groenten en fruit worden gekweekt op kleinere akkers dan bij akkerbouw.
  • Uitlopers: Lange stengels die over de grond groeien en op bepaalde plaatsen wortels vormen waaruit nieuwe planten ontstaan.
  • Veredelen: Verbeteren van gewassen zodat ze betere eigenschappen krijgen, zoals sterker worden of mooier bloeien.
  • Vermeerderen: Nieuwe planten maken door delen van een plant te gebruiken zodat nakomelingen dezelfde eigenschappen houden.
  • Wortelstokken: Ondergrondse stengels met verdikkingen waaruit nieuwe planten kunnen groeien.