5.5 Geschiedenis van het leven op aarde Samenvatting

Fossielen

Fossielen zijn versteende resten of afdrukken van organismen die in gesteenten worden gevonden. Ze ontstaan wanneer organismen snel worden bedekt door sedimenten zoals zand of klei. Hierdoor krijgen bacteriën en schimmels geen kans om de resten af te breken. Vooral harde delen van organismen fossiliseren goed.

Fossielen laten zien dat soorten in de loop van de tijd zijn ontstaan, veranderd of verdwenen. Nieuwe sedimentlagen komen boven op oudere te liggen, waardoor diepere lagen ouder zijn.

Tijdperken

De geschiedenis van het leven op aarde is ingedeeld in tijdperken en perioden. Dit wordt weergegeven in de geologische tijdschaal, die laat zien hoeveel miljoen jaar geleden perioden begonnen en eindigden, en welke levensvormen toen leefden.

Ongeveer 4600 miljoen jaar geleden ontstond de aarde. De eerste eenvoudige levensvormen verschenen rond 3800 miljoen jaar geleden, gevolgd door bacteriën en eencelligen met fotosynthese. Door deze organismen kwam er zuurstof in het water en later in de lucht. De eerste meercellige organismen ontstonden 1600 miljoen jaar geleden, de eerste dieren 700 miljoen jaar geleden — allemaal in zee.

Dieren op het land

De eerste landdieren waren geleedpotigen zoals duizendpoten. Daarna verschenen amfibieën en reptielen. Rond 251 miljoen jaar geleden begon de bloeitijd van de reptielen, waaronder de grote dinosauriërs. Ook in zee en lucht leefden reptielachtige soorten.

In dezelfde tijd ontstonden de eerste zoogdieren en vogels. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden stierven de sauriërs uit, waarschijnlijk door een meteorietinslag en vulkaanuitbarstingen die tot klimaatverandering leidden. Zoogdieren en vogels overleefden en ontwikkelden zich verder. Ongeveer 3 miljoen jaar geleden verschenen de eerste mensachtigen, en 300.000 jaar geleden de moderne mens (Homo sapiens).

Verwantschap van soorten

embryos-evolutie-biologie Soorten zijn verwant als ze een gemeenschappelijke voorouder hebben. Hoe meer overeenkomsten in DNA, eiwitten en uiterlijk (fenotype), hoe nauwer de verwantschap.

Ook een vergelijkbare bouw van organen met verschillende functies — zoals een arm, vleugel of vin — wijst op een gemeenschappelijke oorsprong. Deze organen zijn aangepast aan het milieu, maar hebben een vergelijkbare basisstructuur.

Rudimentaire organen

Sommige organen zijn in de loop van de evolutie (deels) hun functie verloren. Deze resten van vroeger functionele organen worden rudimentaire organen of rudimenten genoemd.

Voorbeelden zijn verstandskiezen en staartwervels bij mensen, of kleine pootresten bij slangen. Ze wijzen op verwantschap met soorten waarbij die organen nog volledig ontwikkeld zijn.

Woordenlijst

  • Fossielen: Versteende overblijfselen of afdrukken van organismen in gesteenten.
  • Geologische tijdschaal: Overzicht van tijdperken en perioden in de geschiedenis van de aarde.
  • Rudimentaire organen: Organen die hun oorspronkelijke functie (deels) verloren hebben en nauwelijks tot ontwikkeling komen.
  • Rudimenten: Resten van organen die vroeger een functie hadden, maar nu niet of nauwelijks meer ontwikkeld zijn.
  • Sedimenten: Lagen van zand- of kleideeltjes die resten van organismen kunnen bedekken en zo fossielen laten ontstaan.
  • Verwantschap: Overeenkomst tussen soorten door een gemeenschappelijke voorouder.