5.4 Spieren

In deze uitleg gaat het over spieren en hoe ze ervoor zorgen dat je kunt bewegen. Spieren werken altijd samen met het zenuwstelsel. Wanneer een spier een signaal krijgt, spant hij zich aan. Daardoor wordt de spier korter en dikker en kan hij kracht uitoefenen.

Spieren zitten vast aan je botten. Als een spier zich aanspant, trekt hij aan het bot waaraan hij vastzit. Hierdoor ontstaat een beweging. Zonder spieren zou je je lichaam dus niet kunnen bewegen.

Verschillende soorten spieren

Er zijn spieren die je bewust kunt aansturen. Dat zijn de skeletspieren. Deze spieren zitten vast aan je botten en gebruik je bijvoorbeeld bij lopen, schrijven of je arm optillen.

Daarnaast zijn er spieren die je niet bewust kunt bewegen. Dit zijn de orgaanspieren. Een voorbeeld zijn de spieren rond je darmen. Deze spieren zorgen ervoor dat voedsel door het verteringsstelsel wordt voortgeduwd. Dat gebeurt automatisch.

Opbouw van een spier

Een spier bestaat uit meerdere spierbundels. Elke spierbundel bestaat weer uit veel spiervezels. Rond alle spierbundels zit de spierschede. Je kunt dit zien als een beschermend hoesje om de spier heen.

Aan het uiteinde van de spier gaat de spierschede over in een pees. Met behulp van deze pees zit de spier vast aan het bot. Op een pees komt veel kracht te staan, omdat alle spierkracht via de pees wordt doorgegeven aan het bot.

Tussen de spierbundels zit ook spierbindweefsel. Dit zorgt voor stevigheid en houdt de verschillende onderdelen van de spier bij elkaar.

Antagonisten

Spieren kunnen maar één ding doen: zich aanspannen. Ze kunnen zichzelf niet actief langer maken. Daarom zijn er altijd twee spieren nodig om een beweging in twee richtingen te maken.

Een bekend voorbeeld zijn de armbuigspier en de armstrekspier. Als de armbuigspier zich aanspant, buigt je arm en wordt de armstrekspier opgerekt. Vervolgens kan de armstrekspier zich aanspannen, waardoor je arm weer strekt en de armbuigspier wordt opgerekt.

Deze twee spieren noem je antagonisten. Dat is een moeilijk woord voor spieren met een tegenovergestelde werking. In je lichaam zitten veel van dit soort spierparen.

Onthoud dus goed: antagonisten werken samen en zorgen ervoor dat een gewricht in twee richtingen kan bewegen.