5.4 Het zenuwstelsel Samenvatting
De bouw van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee hoofdonderdelen:
- Het centrale zenuwstelsel: bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg.
- De zenuwen: verbinden het centrale zenuwstelsel met de rest van het lichaam.
Zenuwen in het hoofd en de hals zijn rechtstreeks verbonden met de hersenen. Zenuwen van de romp en ledematen zijn verbonden met het ruggenmerg, dat wordt beschermd door de wervelkolom.
De werking van het zenuwstelsel
Zintuigen vangen prikkels op en zetten deze om in impulsen. Die impulsen gaan via zenuwen naar de hersenen, waar ze worden verwerkt. Zo word je je bewust van wat je waarneemt en kun je bewust reageren.
- Gezichts- en reukzintuigen sturen impulsen naar de hersenen.
- De hersenen sturen impulsen naar klieren en spieren.
- Klieren scheiden stoffen af, zoals speeksel.
- Spieren trekken samen, bijvoorbeeld om iets te pakken.
Het zenuwstelsel regelt dus de werking van spieren en klieren. Een klier is een orgaan dat bepaalde stoffen produceert.
Zenuwcellen
Een zenuwcel bestaat uit een cellichaam met een celkern en uitlopers die impulsen naar het cellichaam toe of ervan af geleiden. Deze cellen kunnen impulsen doorgeven aan andere (zenuw)cellen. De cellichamen liggen meestal in of vlak bij het centrale zenuwstelsel.
Zenuwen
Zenuwen zijn bundels van uitlopers van zenuwcellen, met daaromheen een dun isolerend laagje. Meerdere impulsen worden tegelijk doorgegeven via duizenden uitlopers. Ze verbinden het centrale zenuwstelsel met alle lichaamsdelen en kunnen erg lang zijn — soms tot een meter — waardoor impulsen snel worden geleid door het lichaam.
De weg die impulsen afleggen
Bij het reageren op prikkels kunnen impulsen verschillende routes volgen:
- Bewuste reactie: impulsen gaan van de zintuigen naar de hersenen → je beslist → de hersenen sturen impulsen naar spieren → je reageert bewust.
- Reflex: impulsen gaan niet via de hersenen, maar via het ruggenmerg. Een reflex is een snelle, automatische reactie op een prikkel.
Voorbeelden van reflexen zijn de terugtrekreflex, ooglidreflex en pupilreflex. Bij een reflex ontstaan impulsen in zintuigcellen, die via zenuwcellen naar het ruggenmerg gaan. In het ruggenmerg zitten schakelcellen die de impulsen direct doorsturen naar de spieren, waardoor je snel reageert.
Schakelcellen sturen ook impulsen naar de hersenen, maar dat duurt iets langer. De route die impulsen bij een reflex volgen, noem je de reflexboog. Reflexen zijn belangrijk om je lichaam snel te beschermen tegen schade.
Woordenlijst
- Bewuste reactie: Reactie waarbij impulsen via de hersenen gaan en je zelf beslist hoe je reageert op een prikkel.
- Cellichaam: Deel van de zenuwcel waarin de celkern ligt en dat impulsen ontvangt of doorgeeft via uitlopers.
- Centrale zenuwstelsel: Bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg en verwerkt impulsen en regelt de werking van spieren en klieren.
- Klier: Orgaan dat bepaalde stoffen produceert, zoals speeksel, zweet of talg.
- Reflex: Vaste, snelle en onbewuste reactie op een prikkel, vaak bedoeld om het lichaam te beschermen.
- Reflexboog: De weg die impulsen afleggen bij een reflex, van zintuigcel via schakelcel naar spier.
- Ruggenmerg: Deel van het centrale zenuwstelsel dat impulsen geleidt tussen hersenen en lichaam en schakelcellen bevat voor reflexen.
- Schakelcellen: Zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel die impulsen geleiden van de ene zenuwcel naar de andere.
- Uitlopers: Dunne verlengingen van zenuwcellen die impulsen naar of van het cellichaam geleiden.
- Zenuw: Bundel uitlopers van zenuwcellen, omgeven door een beschermende laag, die signalen tussen lichaam en centraal zenuwstelsel doorgeven.
- Zenuwcellen: Cellen die impulsen geleiden en bestaan uit een cellichaam met uitlopers.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 5.4 .
Meer leren? Wikipedia – Zenuwstelsel .
Meer lezen? NU.nl – Blinde patiënten kunnen weer lezen dankzij microchip die op kleine simkaart lijkt .
Meer lezen? Scientias.nl – Dit hersenimplantaat is kleiner dan een korrel zout en meet draadloos hersenactiviteit .