5.3 Beenverbindingen | Uitlegfilm
In deze uitlegfilm leer je op welke manieren de botten van het skelet met elkaar verbonden kunnen zijn. Deze verbindingen noem je beenverbindingen. Ze zorgen ervoor dat je lichaam stevig is, maar ook kan bewegen.
Er zijn vier typen beenverbindingen. Ze verschillen vooral in de mate waarin botten ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Daarom bespreken we ze in een vaste volgorde: van helemaal niet beweeglijk tot zeer beweeglijk.
Verschillende soorten beenverbindingen
De eerste vorm is de vergroeide beenverbinding. Hierbij zijn botten volledig met elkaar vergroeid. Een voorbeeld hiervan is het heiligbeen, waarbij meerdere wervels samen één bot vormen. Deze botten kunnen niet meer bewegen.
Daarnaast bestaat er de naadverbinding. Ook hier zijn botten met elkaar vastgegroeid, maar via een duidelijke naad. Dit zie je bij de botten van de schedel. Bij een pasgeboren baby bestaan deze botten nog uit losse platen. Daardoor kan het hoofd tijdens de geboorte vervormen. Naarmate een baby ouder wordt, groeien de schedelbeenderen aan elkaar vast.
Een derde type is de kraakbeenverbinding. Hierbij zitten botten via kraakbeen aan elkaar vast. Dit kom je bijvoorbeeld tegen in de wervelkolom, waar tussen de wervels kraakbeenschijven zitten. Hierdoor kunnen de wervels bewegen en worden schokken opgevangen.
Ook bij de verbinding tussen de ribben en het borstbeen komt kraakbeen voor. Deze verbindingen kunnen bewegen, maar minder ver dan bij gewrichten.
Gewrichten en beweging in de arm
Het meest beweeglijke type beenverbinding is het gewricht. In je arm komen drie verschillende gewrichten voor. Samen zorgen ze ervoor dat je je arm heel precies kunt bewegen.
Het kogelgewricht zit in de schouder. Dit gewricht verbindt het opperarmbeen met de schoudergordel. Het is het meest beweeglijke gewricht en kan in bijna alle richtingen bewegen.
Het scharniergewricht vind je in de elleboog. Dit gewricht kan alleen heen en weer bewegen, net als een deur. Daardoor is het minder beweeglijk dan een kogelgewricht.
Tot slot is er het rolgewricht in de onderarm. Dit gewricht maakt het mogelijk om je hand te draaien, bijvoorbeeld van handpalm omhoog naar handpalm omlaag.
Bouw van een gewricht
Een gewricht moet soepel kunnen bewegen. Daarom zit er aan de uiteinden van de botten een kraakbeenlaag. Tussen de botten bevindt zich gewrichtssmeer, waardoor de botten soepel langs elkaar glijden.
Bij mensen met reuma wordt dit kraakbeen aangetast. Daardoor kunnen gewrichten pijnlijk worden bij het bewegen.
Rond het gewricht zit het gewrichtskapsel met kapselbanden. Deze houden de botten stevig bij elkaar. Het gewrichtskapsel heeft bovendien een belangrijke functie: het maakt gewrichtssmeer aan.
Zo zorgen alle onderdelen samen voor stevige én beweeglijke beenverbindingen.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 5.3
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 5.3
.