5.1 Planten bekijken | Test jezelf Resultaat 🔄 Probeer opnieuw 1. Waarin maakt een plant zijn eigen voedingsstoffen? A. In de wortels B. In de bastvaten C. In het bladmoes maakt de plant zijn eigen voedingsstoffen D. In de nerven 2. Wat is een functie van de stengel? A. Plant rechtop houden en stoffen vervoeren B. Bladeren aansturen C. Fotosynthese uitvoeren D. Bescherming tegen kou 3. Wat is een celwand? A. Een blaasje gevuld met lucht B. Een harde schil om een celkern C. Een soort membraan in een dierlijke cel D. Een taaie laag om een plantencel 4. Welke organen van een plant zijn vooral betrokken bij voortplanting? A. Bloemen B. Wortels C. Bladeren D. Stengels 5. Wat zijn nerven in een blad? A. Dunne haren op de bladsteel B. Gaten in het blad voor licht C. Vaatbundels die stevigheid geven en stoffen vervoeren D. Buizen voor luchtstromen 6. Wat is de functie van huidmondjes? A. Beschermen tegen insecten B. Water opslaan voor droogte C. Licht opvangen D. Water verdampen en gassen uitwisselen 7. Hoe blijft een kruidachtige plant stevig? A. Door dikke houtcellen B. Door vacuoles vol water in de cellen C. Door haarwortels in de lucht D. Door celkernen die samentrekken 8. Wat is een vacuole? A. Celkern B. Stevige buitenlaag C. Blaasje met water voor stevigheid D. Gat in de cel voor lucht 9. Waaruit bestaat het grootste deel van een plantencel? A. Water B. Lucht C. Kleurstof D. Zetmeel 10. Wat gebeurt er bij houtachtige planten bij watertekort? A. De vacuoles lopen leeg B. De bladeren groeien sneller C. De bastvaten sluiten D. Er verandert weinig door de houtcellen 11. Wat is de functie van de celkern? A. Celwand maken B. Water verdelen C. Alles regelen wat in de cel gebeurt D. Zuurstof opnemen 12. Waarom verliest een boom zijn bladeren in de winter? A. Omdat het licht weg is B. Om uitdroging te voorkomen C. Omdat de stengel bevriest D. Omdat de wortels afsterven 13. Wat gebeurt er met bladgroenkorrels in een rijpende tomaat? A. Ze gaan dood B. Ze worden kleurloos C. Ze veranderen in kleurstofkorrels D. Ze verdubbelen 14. Wat is het cytoplasma? A. Bolletje in het midden B. Buitenste laag van de cel C. Harde wand van houtcellen D. Stroperige vloeistof in de cel 15. Hoe helpt de vacuole bij stevigheid? A. Door zuurstof vast te houden B. Door waterdruk tegen de celwand te geven C. Door lucht op te slaan D. Door kleurstoffen te maken 16. Waar ligt de kurklaag bij een blad? A. Op de plek waar het blad afvalt B. In het midden van de steel C. In de wortel D. Tussen de bastvaten 17. Wat doet de celmembraan? A. Houdt de cel warm B. Voedingsstoffen maken C. Regelt wat er in en uit de cel gaat D. Zuurstof aanzuigen 18. Welke planten hebben houtcellen? A. Sla en tulpen B. Alle bloemen C. Alleen oude planten D. Bomen en struiken 19. Wat zie je bij bladlittekens? A. Luchtkanaaltjes B. Opperhuidcellen C. Uiteinden van vaatbundels D. Nerven van het blad 20. Wat betekent zuigkracht bij bladeren? A. Dat bastvaten samentrekken B. Dat verdamping water aantrekt via de plant C. Dat stengels naar het licht buigen D. Dat er lucht uit de wortel wordt gezogen ⬅ Vorige Volgende ➡ Controleer antwoorden