4.6 Veilige seks Samenvatting

Wensen en grenzen

In een seksuele relatie is het belangrijk om duidelijk te maken wat je fijn vindt of juist niet wilt. Iedereen heeft eigen voorkeuren, en die mogen verschillen. Open communicatie is essentieel: praat met elkaar, stel vragen en respecteer elkaars tempo.

Je moet niets doen wat jij of de ander niet wil. Voel je je ongemakkelijk tijdens intiem contact, geef dan je grens aan en let op signalen van de ander, zoals lichaamstaal of stilte. Een gezonde relatie is gebaseerd op gelijkwaardigheid, respect, vertrouwen en wederzijdse instemming (consent).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Als iemand seksuele handelingen verricht of opmerkingen maakt zonder dat jij dat wilt, is er sprake van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Voorbeelden zijn ongewenste aanrakingen of opmerkingen, maar ook seksueel geweld, zoals aanranding, verkrachting en incest. Dit gedrag is strafbaar.

Ook online kan seksueel geweld voorkomen, bijvoorbeeld via grooming, waarbij een volwassene via internet probeert seksueel contact te krijgen met kinderen of jongeren. Groomers doen zich vaak voor als leeftijdsgenoten om vertrouwen te winnen.

Victim blaming

Veel slachtoffers van seksueel misbruik durven er niet over te praten door victim blaming: de omgeving geeft het slachtoffer de schuld. Dit is onterecht en maakt herstel moeilijker. Slachtoffers hebben recht op steun, geloof en erkenning.

Organisaties zoals het Centrum Seksueel Geweld, HelpWanted en de huisarts kunnen hulp bieden.

Soa

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) zijn infecties die je kunt oplopen via seksueel contact met een besmet persoon. Voorbeelden zijn:

  • Chlamydia: veroorzaakt door een bacterie, vaak zonder klachten, maar kan leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen.
  • HPV: een virus dat genitale wratten en verschillende soorten kanker kan veroorzaken. Tegen de gevaarlijkste typen bestaat een vaccinatie.

Een soa-test (urine, bloed of uitstrijkje) is nodig om vast te stellen of je besmet bent. Voor jongeren onder de 22 is dit gratis bij de GGD. Soa’s voorkom je door een (vrouwen)condoom of beflapje te gebruiken.

Anticonceptie

Afbeelding van verschillende anticonceptiemiddelen zoals condoom, vrouwencondoom, anticonceptiepil, hormoonspiraal en anticonceptiestaafje Geboorteregeling betekent samen beslissen of je een kind wilt. Er zijn verschillende anticonceptiemiddelen:

  • Condoom: vangt sperma op en beschermt tegen zwangerschap én soa’s. Het vrouwencondoom werkt op vergelijkbare wijze.
  • De pil: bevat hormonen die de eisprong tegenhouden en de baarmoederwand ongeschikt maken voor innesteling. De pil is betrouwbaar, maar beschermt niet tegen soa’s en kan bijwerkingen hebben.
  • Andere hormonale middelen: zoals het anticonceptiestaafje en de hormoonspiraal.

Onbetrouwbare methoden

Sommige methoden zijn niet betrouwbaar, zoals:

  • Periodieke onthouding: geen seks tijdens vruchtbare dagen, maar die zijn moeilijk precies te bepalen.
  • Coïtus interruptus: de penis terugtrekken voor zaadlozing, maar in voorvocht kunnen al zaadcellen zitten.

Morning-afterpil en abortus

Bij een ongelukje (zoals een gescheurd condoom of vergeten pil) kan de morning-afterpil binnen 72 uur een zwangerschap voorkomen. Als een vrouw toch zwanger raakt en dit niet wil, kan ze kiezen voor een abortus.

Woordenlijst

  • Abortus: het afbreken van een zwangerschap.
  • Aanranding: iemand wordt gedwongen tot seksuele handelingen.
  • Anticonceptiepil: pil met hormonen die voorkomt dat er een eicel vrijkomt.
  • Anticonceptiemiddel: middel dat een zwangerschap voorkomt.
  • Anticonceptiestaafje: staafje onder de huid dat hormonen afgeeft om zwangerschap te voorkomen.
  • Chlamydia: een veelvoorkomende soa die door een bacterie wordt veroorzaakt.
  • Coïtus interruptus: de man trekt de penis terug vlak voor de zaadlozing.
  • Condoom: rubber hoesje dat sperma opvangt zodat het niet in de vagina komt.
  • Consent: toestemming die je aan elkaar geeft om seksuele handelingen te doen.
  • Geboorteregeling: samen bepalen of je wel of geen kind wilt krijgen.
  • Geslachtsziekten: ander woord voor soa’s.
  • Grenzen: dingen die je niet wilt of niet fijn vindt op het gebied van seks.
  • Hormoonspiraal: spiraaltje in de baarmoeder dat hormonen afgeeft om zwangerschap te voorkomen.
  • HPV: virus dat genitale wratten en sommige vormen van kanker kan veroorzaken.
  • Incest: aanranding of verkrachting door een familielid.
  • Morning-afterpil: pil die na de seks voorkomt dat een eisprong of innesteling plaatsvindt.
  • Ongewenste intimiteiten: iemand raakt je aan of zegt iets seksueels terwijl je dat niet wilt.
  • Periodieke onthouding: tijdelijk geen seks hebben rond de vruchtbare dagen.
  • Seksueel grensoverschrijdend gedrag: iemand maakt seksuele opmerkingen of doet iets seksueels terwijl jij dat niet wilt.
  • Seksueel geweld: iemand dwingt je tot seksueel contact.
  • Soa’s: seksueel overdraagbare aandoeningen die je krijgt door intiem contact met een besmet persoon.
  • Verkrachting: iemand dringt ongewenst het lichaam van een ander binnen.
  • Vrouwencondoom: condoom dat in de vagina wordt ingebracht.
  • Wensen: dingen die je fijn vindt of graag wilt op het gebied van seks.