4.6 Organismen determineren

Wat betekent determineren?

Bij determineren bepaal je met welk organisme je te maken hebt. Je achterhaalt de naam van het organisme door een reeks vragen te volgen. In deze uitleg gebeurt dat met behulp van een examenvraag. Zo zie je precies wat er op het examen van je wordt verwacht.

Meestal krijg je een determinatiekaart. Dit is een schema waarin je steeds een keuze maakt: het antwoord is ja of nee. Elke keuze leidt naar een volgend vakje. Daarnaast staat er vaak een voorbeeldafbeelding met belangrijke termen die je moet kennen, zoals buikvin, rugvin of staartvin.

Starten met de determinatiekaart

In de vraag zie je een onbekende vis die je op naam moet brengen. Je begint altijd bij het startpunt van de zoekkaart. Dit is het enige vakje waar twee pijlen uit vertrekken.

De eerste vraag gaat over een vis met een langgerekte, buisvormige bek. Wanneer dat zo is, kom je uit bij de zeenaald. De vis uit de vraag heeft echter geen buisvormige bek. Daarom ga je door naar vakje 2.

De stappen die je doorloopt

De volgende vraag gaat over het hebben van buikvinnen. De vis op de afbeelding heeft inderdaad buikvinnen. Je noteert stap 6 en gaat verder.

Daarna controleer je of de vis twee rugvinnen heeft. Dat klopt, dus kies je voor stap 10.

Nu moet je bepalen of de eerste rugvin twee keer zo hoog is als de tweede. Dat is niet het geval. Je gaat dus naar stap 11.

Vervolgens vergelijk je de afstand tussen de rugvinnen met de lengte van de eerste rugvin. In dit geval zijn die even groot. Daarom kies je voor stap 13. De soort die daarbij hoort, is de koornaarsvis.

Het uiteindelijke antwoord

Bij deze vraag moet je twee dingen duidelijk aangeven. Ten eerste noteer je de stappen die je hebt doorlopen: 2 → 6 → 10 → 11 → 13. Ten tweede geef je de naam van de vis: het is de koornaarsvis.

Wanneer je rustig en nauwkeurig werkt, zijn dit relatief eenvoudige punten op het examen. Neem daarom de tijd en controleer elke stap goed.