4.4 Spieren | Uitlegfilm

In deze video leer je hoe spieren ervoor zorgen dat je kunt bewegen, hoe ze zijn opgebouwd en wat we bedoelen met het begrip antagonisten.

Het skelet heeft meerdere functies: het geeft vorm aan je lichaam, zorgt voor stevigheid, beschermt organen en maakt beweging mogelijk. Toch kan het skelet niet zelfstandig bewegen — daarvoor zijn spieren nodig.

Het spierstelsel van de mens is te zien op de afbeelding. Aan de uitsteeksels van de botten, bijvoorbeeld bij de wervels, zitten pezen vast. Deze pezen vormen de verbinding tussen botten en spieren.

De pezen zijn wit van kleur, de spieren rood. Pezen zijn zeer sterk, omdat ze de kracht moeten doorgeven wanneer een spier samentrekt en aan een bot trekt. Ze mogen daarbij niet scheuren.

Een spier bestaat uit spierbundels die weer zijn opgebouwd uit kleinere onderdelen: de spiervezels. Deze vezels kunnen samentrekken en zorgen zo voor beweging.

Wanneer je je arm buigt, trekken bepaalde spieren in de bovenarm samen. Ze worden korter en dikker, waardoor je arm buigt. Dat kun je voelen: bij het buigen van de arm vormt de spier bovenop je bovenarm een ‘bolletje’. Dit komt doordat de spier bij het samentrekken korter en dikker wordt.

Spieren kunnen alleen samentrekken, niet duwen. Daarom heb je voor elke beweging twee tegenovergestelde spieren nodig. In je bovenarm zorgt de biceps (armbuigspier) voor het buigen, en de triceps (armstrekspier) voor het strekken van de arm.

Deze twee spieren werken tegenovergesteld en worden antagonisten genoemd. Overal in het lichaam werken spieren op die manier samen: als de ene spier samentrekt, ontspant de andere, zodat een beweging soepel verloopt.

Naast de skeletspieren — die je bewust kunt aansturen — bestaan er ook orgaanspieren. Deze kun je niet zelf besturen. Ze zorgen bijvoorbeeld in de maag en darmen voor het kneden en voortduwen van voedsel tijdens de spijsvertering.

Ook de hartspier is een spier die je niet bewust kunt aansturen. Je bepaalt niet zelf hoe snel je hart klopt, al versnelt het wel bij inspanning. Dit gebeurt automatisch, zonder dat je erbij hoeft na te denken.

Orgaanspieren zorgen dus voor beweging van organen en werken onbewust, buiten de invloed van je wil om.

Samenvatting: Spieren maken samen met het skelet beweging mogelijk. Ze zitten met sterke pezen aan de botten vast en trekken samen om beweging te veroorzaken. Spieren werken altijd in paren van antagonisten: de ene trekt samen, terwijl de andere ontspant. Daarnaast zijn er orgaanspieren die automatisch werken, zoals in het hart en de darmen.