4.4 Samen leven Samenvatting

Hoe werken dieren samen?

Veel groepsdieren leven niet alleen, maar werken samen. Dat is handig en vergroot de kans om te overleven. Denk aan spreeuwen die in een zwerm vliegen om roofdieren te verwarren. Of aan wolven die een prooi vangen door een duidelijke taakverdeling: elke wolf weet precies wat hij moet doen. Ook naakte molratten verdelen het werk, zoals gangen graven of de burcht verdedigen. Dieren werken beter samen als iedereen weet wat zijn taak is – net als bij mensen op school.

Wie is de baas in een groep?

In dierengroepen is vaak een leider, of zelfs meerdere. Bij wolven leidt een dominant paar de roedel. De andere dieren zijn onderdanig en wachten bijvoorbeeld tot de leiders gegeten hebben. Als in een groep duidelijk is wie de baas is, spreken we van een rangorde. Dat voorkomt ruzies en zorgt voor rust. Bij kippen noemen we die rangorde een pikorde. De hoogste hen mag het eerst eten, en pikt de anderen. De laagste wordt door iedereen gepikt en krijgt de slechtste plek.

Hoe vinden dieren een partner?

Dieren doen hun best om een partner te vinden. Dat gedrag heet baltsgedrag. Ze proberen indruk te maken met bijzondere signalen. Een pauw gebruikt zijn staart, een visdiefje brengt een visje als ‘cadeau’. Sommige dieren gebruiken geur: bij katten of honden verandert de geur van de urine als het vrouwtje klaar is om te paren. De balts zorgt ervoor dat de dieren elkaar aantrekkelijk vinden en tegelijkertijd klaar zijn om te paren.

Woordenlijst

  • Balts: Voorbereiding op de paring.
  • Baltsgedrag: Gedrag waarmee dieren een partner lokken en 'versieren'.
  • Dominant: Een dominant dier is de baas over andere dieren.
  • Onderdanig: Een onderdanig dier heeft een baas boven zich.
  • Pikorde: Rangorde bij een groep kippen (hennen).
  • Rangorde: Als er in een groep dominante en onderdanige dieren zijn en elk dier zijn plaats kent.
  • Taakverdeling: Regels bij het samenwerken van groepsdieren, zodat elk dier weet wat het moet doen.