4.2 De bouw van botten Samenvatting
Bot en kraakbeen
Botten zijn opgebouwd uit kalkzouten en collageen (lijmstof). Kalkzouten maken botten hard, collageen zorgt voor buigzaamheid. Hierdoor zijn botten stevig, maar niet gemakkelijk te buigen of breken.
Er zijn twee soorten weefsel in het skelet:
- Kraakbeenweefsel: cellen liggen in groepjes in een elastische tussencelstof met veel collageen. Dit maakt het weefsel buigzaam. Kraakbeen komt onder andere voor in de neus, oorschelpen, tussen ribben en borstbeen, en tussen de wervels.
- Botweefsel: cellen liggen in kringen rond kanaaltjes met bloedvaten. De tussencelstof bevat vooral kalkzouten en collageen, waardoor het hard en slechts een beetje buigzaam is.
Veranderingen in botweefsel
Bij baby’s bestaat het skelet vooral uit buigzaam kraakbeen. De schedelbeenderen zijn nog niet met elkaar vergroeid; de openingen daartussen heten fontanellen en zijn gevuld met bindweefsel.
Tijdens de groei verandert kraakbeen geleidelijk in bot. Kinderen hebben nog veel collageen in hun botten, wat zorgt voor buigzaamheid. Bij ouderen neemt de hoeveelheid collageen af en neemt de hoeveelheid kalkzouten toe, waardoor botten stijver en breekbaarder worden.
Na ongeveer anderhalf jaar zijn de fontanellen dichtgegroeid en blijven alleen de naden tussen de schedelbeenderen zichtbaar.
Woordenlijst
- Botweefsel: Weefsel dat hard en een beetje buigzaam is doordat de tussencelstof veel kalkzouten en collageen bevat.
- Collageen: Lijmstof in bot- en kraakbeenweefsel die zorgt voor buigzaamheid.
- Fontanellen: Ruimten tussen de schedelbeenderen van een baby die gevuld zijn met bindweefsel en later dichtgroeien.
- Kalkzouten: Stoffen in botweefsel die stevigheid en hardheid geven aan het bot.
- Kraakbeenweefsel: Weefsel dat stevig en buigzaam is doordat de cellen in groepjes liggen in een elastische tussencelstof met veel lijmstof.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 4.2 .