4.1 Ontwikkeling van het leven op aarde | Test jezelf Resultaat Probeer opnieuw 1. Hoe oud is de aarde ongeveer? A. 3 miljoen jaar B. 4600 miljoen jaar C. 350 miljoen jaar D. 1000 miljoen jaar 2. Wat ontstond als eerste op aarde? A. Eencellige organismen zonder celkern B. Meercellige dieren C. Insecten D. Planten op het land 3. Wat gebeurde er toen organismen aan fotosynthese gingen doen? A. Ze kregen een skelet B. Ze gingen op land leven C. Er kwam zuurstof in water en lucht D. Ze konden voedsel verteren 4. Wanneer ontstonden de eerste bacteriën? A. 500 miljoen jaar geleden B. 2000 miljoen jaar geleden C. 1000 miljoen jaar geleden D. 3500 miljoen jaar geleden 5. Wat is een kenmerk van meercellige organismen? A. Ze bestaan uit meerdere cellen B. Ze leven altijd op het land C. Ze zijn altijd gewerveld D. Ze kunnen geen fotosynthese doen 6. Wat ontstond er ongeveer 1000 miljoen jaar geleden? A. De eerste mensen B. De eerste waterdieren C. De eerste landdieren D. De eerste bacteriën 7. Welke groep leefde vanaf 240 miljoen jaar geleden op aarde? A. Insecten B. Zoogdieren C. Dinosauriërs D. Vissen 8. Wat was een gevolg van de meteorietinslag 65 miljoen jaar geleden? A. Het uitsterven van veel diersoorten B. Het ontstaan van zuurstof C. De opkomst van amfibieën D. Het ontstaan van de eerste mensen 9. Wat is een evolutionaire stamboom? A. Een tijdlijn van uitgestorven dieren B. Een overzicht van verwantschappen tussen soorten C. Een tekening van fossielen D. Een schema van plantenontwikkeling 10. Wat betekent verwantschap bij organismen? A. Ze zijn even oud B. Ze hebben een gemeenschappelijke voorouder C. Ze leven op dezelfde plek D. Ze zijn even groot 11. Wanneer ontstonden de eerste landplanten? A. 1000 miljoen jaar geleden B. 240 miljoen jaar geleden C. 3 miljoen jaar geleden D. 450 miljoen jaar geleden 12. Waarom overleefden de dinosauriërs de meteorietinslag niet? A. Ze aten te weinig voedsel B. Ze waren te groot om te vluchten C. Het klimaat veranderde sterk door de inslag D. Ze waren koudbloedig 13. Wat ontstond er na het uitsterven van de dinosauriërs? A. Nieuwe planten B. Meer bacteriën C. Nieuwe soorten vissen D. Meer vogels en zoogdieren 14. Wanneer ontstonden de eerste mensen? A. 1 miljoen jaar geleden B. 10 miljoen jaar geleden C. 3 miljoen jaar geleden D. 100 miljoen jaar geleden 15. Wat is géén voorbeeld van een gewerveld dier? A. Vis B. Hagedis C. Kwal D. Kikker 16. Welke soort ontstond na de eerste planten op het land? A. Reuzenlibellen B. Insecten C. Algen D. Bacteriën 17. Hoe ontstond er zuurstof op aarde? A. Door meteorieten B. Door het uitzetten van lava C. Door fotosynthese van eencellige organismen D. Door landplanten 18. Welke groep hoort bij de meercelligen? A. Archaea B. Gisten C. Sponzen D. Bacteriën 19. Wat zegt een stamboom over organismen? A. Waar ze leven B. Wat ze eten C. Hoe groot ze worden D. Welke soorten verwant zijn Vorige Volgende Controleer antwoorden