4.1 Het skelet | Test jezelf Resultaat 🔄 Probeer opnieuw 1. Welke onderdelen behoren tot de ledematen van het menselijk lichaam? A. Hoofd en romp B. Schouders en heupen C. Armen en benen D. Hals en wervelkolom 2. Wat is een andere naam voor het skelet? A. Gewrichtsstelsel B. Beenderstelsel C. Borstkas D. Spierstelsel 3. Welk bot zit vast aan het heiligbeen? A. Staartbeen B. Lendenwervel C. Schouderblad D. Dijbeen 4. Wat vormt samen de borstkas? A. Wervelkolom en schedel B. Borstwervels, ribben en borstbeen C. Sleutelbeenderen en schouderbladen D. Heiligbeen en staartbeen 5. Wat is géén functie van het skelet? A. Stevigheid geven B. Beweging mogelijk maken C. Spijsvertering ondersteunen D. Organen beschermen 6. Waaruit bestaat een arm? A. Opperarmbeen, ellepijp, spaakbeen, handbotten B. Wervels, ribben en sleutelbeen C. Elleboog, schouderblad en hand D. Dijbeen, kuitbeen en scheenbeen 7. Wat vormt samen de bekkengordel? A. Heupbeenderen, heiligbeen en staartbeen B. Staartbeen, sleutelbeen en borstbeen C. Wervelkolom, heupen en ribben D. Dijbeen, schaambeen en stuitje 8. Wat is het ezelsbruggetje voor de ellepijp? A. Ellepijp zit aan de kant van de duim B. Ellepijp zit aan de kant van de pink C. Ellepijp eindigt bij het schouderblad D. Ellepijp is het dikste bot 9. Welke botten vormen de schoudergordel? A. Schouderbladen en sleutelbeenderen B. Ribben en borstbeen C. Heupbeenderen en staartbeen D. Borstwervels en lendenwervels 10. Wat is de functie van uitsteeksels aan botten? A. Voor esthetiek B. Zodat spieren eraan vast kunnen zitten C. Om organen te beschermen D. Voor opslag van vet 11. Waaruit bestaat de wervelkolom? A. Halswervels, borstwervels, lendenwervels B. Staartbeen, ribben, schouderblad C. Opperarmbeen, spaakbeen, ellepijp D. Borstwervels, sleutelbeen, heiligbeen 12. Waarom is de vorm van het skelet belangrijk? A. Omdat vorm en functie samenhangen B. Voor herkenbaarheid in röntgenfoto’s C. Voor uiterlijke kenmerken D. Om sneller te kunnen bewegen 13. Hoeveel botten heeft een menselijk skelet ongeveer? A. 150 B. 180 C. 200 D. 250 14. Welk bot zit NIET in de arm? A. Ellepijp B. Dijbeen C. Spaakbeen D. Opperarmbeen 15. Wat beschermt het hart en de longen? A. Schedel B. Bekken C. Schoudergordel D. Borstkas 16. Waaruit bestaat de borstkas? A. Ribben, borstwervels en borstbeen B. Schouderbladen, sleutelbeenderen C. Borstwervels en schoudergordel D. Ribben en bekkengordel 17. Welk bot zit tussen de ribben en het borstbeen? A. Sleutelbeen B. Borstwervels C. Ellepijp D. Heiligbeen 18. Wat is het staartbeen ook wel genoemd? A. Stuitje B. Heiligbeen C. Bekkengordel D. Schedel 19. Wat vormt samen het bekken? A. Heupbeenderen, heiligbeen, staartbeen B. Wervelkolom, heup, schouder C. Ribben, borstbeen, sleutelbeen D. Dijbeen, heupbeenderen, sleutelbeen 20. Wat is de volgorde van de wervels van boven naar beneden? A. Hals-, borst-, lendenwervels B. Borst-, lenden-, halswervels C. Lenden-, hals-, borst- D. Hals-, lenden-, borstwervels ⬅ Vorige Volgende ➡ Controleer antwoorden