4.1 Geslachtsorganen Samenvatting
Geslachtskenmerken
Het geslacht van een baby is meestal zichtbaar aan lichamelijke kenmerken, de geslachtskenmerken. De kenmerken die al vanaf de geboorte aanwezig zijn, heten primaire geslachtskenmerken. Bij jongens zijn dit de penis en balzak, bij meisjes de vulva (met onder andere de vulvalippen, clitoriseikel en de vaginale opening).
Niet alle kenmerken zijn aan de buitenkant zichtbaar; sommige liggen inwendig in de buik. Soms worden mensen geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken. Dit wordt intersekse genoemd. Deze personen kunnen zich man, vrouw of anders voelen en zijn lichamelijk gezond. Intersekse laat zien dat lichamen kunnen verschillen van de norm. In Nederland wordt gemiddeld één intersekse baby per week geboren.
Uitwendige geslachtsorganen
Het voortplantingsstelsel bestaat uit alle organen die nodig zijn voor de voortplanting, waaronder ook de geslachtsorganen. Deze zijn deels uitwendig zichtbaar.
Bij vrouwen
De vulva vormt het uitwendige deel:
- Clitoriseikel: gevoelig ‘knopje’, omgeven door een clitorishoed.
- Binnenste vulvalippen: gladde huidplooien rond de openingen van urinebuis en vagina.
- Buitenste vulvalippen: behaarde huidplooien, meestal kleiner dan de binnenste na de puberteit.
Bij mannen
- Penis: met een gevoelige eikel, beschermd door de voorhuid.
- Balzak: huidplooi met daarin de teelballen; de huid kan verschillen in structuur en beharing.
Inwendige geslachtsorganen
Bij vrouwen
- Baarmoeder, eileiders en eierstokken: de eierstokken bevatten onrijpe eicellen.
- Vagina: het kanaal naar de baarmoeder, met aan het begin soms een randje weefsel, het maagdenvlies.
- Clitoris: een groot deel ligt inwendig en bevat zwellichamen die bij opwinding met bloed vollopen.
Bij mannen
- Penis: bevat ook zwellichamen die bij opwinding opzwellen.
- Balzak: bevat de teelballen die zaadcellen produceren.
- Bijballen: liggen op de teelballen; van daaruit lopen zaadleiders naar de prostaat.
- Urinebuis: vervoert de zaadcellen via de penis naar buiten.
Woordenlijst
- Balzak: huidplooi waarin de teelballen en bijballen liggen.
- Baarmoeder: orgaan waarin een bevruchte eicel kan uitgroeien tot een kind.
- Bijballen: ligt op de teelbal en slaat zaadcellen tijdelijk op.
- Binnenste vulvalippen: dunne, gladde huidplooien rond de opening van de vagina.
- Buitenste vulvalippen: dikke, behaarde huidplooien die de binnenste vulvalippen beschermen.
- Clitoris: gevoelig deel dat zorgt voor een fijn gevoel bij prikkeling.
- Clitoriseikel: gevoelig knopje aan de buitenkant van de clitoris.
- Clitorishoed: huidplooi die de clitoriseikel bedekt.
- Eicellen: de vrouwelijke geslachtscellen.
- Eikel: gevoelig deel aan de top van de penis.
- Eileiders: buizen die de eicel van de eierstok naar de baarmoeder vervoeren.
- Eierstokken: orgaan waarin eicellen ontstaan en rijpen.
- Geslacht: geeft aan of iemand man of vrouw is.
- Geslachtskenmerken: lichamelijke kenmerken waaraan je kunt zien of iemand man of vrouw is.
- Geslachtsorganen: delen van het lichaam die betrokken zijn bij de voortplanting.
- Intersekse: als iemand lichamelijke kenmerken heeft die niet helemaal passen bij de norm van man of vrouw.
- Maagdenvlies: randje weefsel aan het begin van de vagina.
- Penis: orgaan dat gebruikt wordt om te plassen en waarmee zaadcellen naar buiten kunnen komen.
- Primaire geslachtskenmerken: kenmerken die al bij de geboorte aanwezig zijn.
- Teelballen: produceren de zaadcellen.
- Urinebuis: buis waardoor urine en bij mannen ook zaadcellen naar buiten gaan.
- Vagina: kanaal dat van de buitenkant naar de baarmoeder loopt.
- Voortplantingsstelsel: bestaat uit alle organen die zorgen voor de voortplanting.
- Voorhuid: dunne huidplooi die de eikel bedekt en beschermt.
- Vulva: verzamelnaam voor de uitwendige delen van de vrouwelijke geslachtsorganen.
- Zaadleiders: buizen die zaadcellen vervoeren van de bijballen naar de prostaat.
- Zwellichamen: weefsels die zich met bloed vullen bij seksuele opwinding.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 4.1