3.4 Uitscheiding Samenvatting

Nieren en urinewegen

Afbeelding van een nier met onderdelen zoals nierschors, niermerg, nierbekken, nierader, nierslagader en urineleider De nieren liggen links en rechts van de wervelkolom, net onder het middenrif, en ontvangen zuurstofrijk bloed via de nierslagaders. Dit bloed bevat afvalstoffen afkomstig van verschillende organen.

De nieren filteren deze afvalstoffen, samen met overtollig water, zouten en schadelijke stoffen, uit het bloed. Deze combinatie van stoffen vormt de urine.

Opbouw van de nier

  • Nierschors en niermerg: hier vindt de zuivering van het bloed plaats.
  • Nierbekken: hierin wordt de gevormde urine verzameld.

De urine stroomt via de urineleiders naar de urineblaas, waar het tijdelijk wordt opgeslagen. Hierdoor hoef je niet constant te plassen. Wanneer de blaas vol is, wordt de urine via de urinebuis uit het lichaam afgevoerd.

Woordenlijst

  • Nieraders: Bloedvaten die gezuiverd bloed van de nieren terugvoeren naar het hart.
  • Nierbekken: Deel van de nier waar de gevormde urine wordt verzameld.
  • Niermerg: Binnenste laag van de nier die samen met de nierschors urine vormt.
  • Nierschors: Buitenste laag van de nier waar bloed wordt gezuiverd en urine wordt gevormd.
  • Nierslagaders: Bloedvaten die zuurstofrijk bloed met afvalstoffen van de organen naar de nieren voeren.
  • Nieren: Organen die afvalstoffen, overtollig water, zouten en schadelijke stoffen uit het bloed verwijderen.
  • Urine: Vloeistof die bestaat uit water, afvalstoffen, zouten en schadelijke stoffen die uit het bloed zijn verwijderd.
  • Urineblaas: Orgaan waarin urine tijdelijk wordt opgeslagen voordat het het lichaam verlaat.
  • Urinebuis: Buis waardoor urine vanuit de urineblaas naar buiten wordt afgevoerd.
  • Urineleiders: Buisjes die urine van de nieren naar de urineblaas vervoeren.