3.3 Dieren Samenvatting

Symmetrie

Voorbeelden van symmetrie bij dieren met tweezijdige, veelzijdige en niet symmetrische lichaamsvormen Symmetrie betekent dat een organisme in twee gelijke helften verdeeld kan worden. Er zijn drie vormen:

  • Tweezijdig symmetrisch: slechts op één manier in twee helften te verdelen (zoals een kever of mens).
  • Veelzijdig symmetrisch: op meerdere manieren te verdelen (zoals een kwal).
  • Niet symmetrisch: op geen enkele manier te verdelen (zoals een spons).

Hoewel het menselijk lichaam van buiten symmetrisch lijkt, liggen de organen niet symmetrisch. Toch wordt het menselijk lichaam biologisch gezien als symmetrisch.

Skelet

Skeletten van dieren met een inwendig skelet, een uitwendig skelet en dieren zonder skelet zoals mens, insect en kwal Het skelet bestaat uit stevige delen die zorgen voor bescherming en stevigheid. Er zijn drie soorten skeletten:

  • Inwendig skelet: zit binnenin het lichaam, zoals bij mensen en sponsdieren.
  • Uitwendig skelet: zit aan de buitenkant, bijvoorbeeld bij slakken en insecten.
  • Zonder skelet: dieren zoals kwallen en zeenaaktslakken hebben geen skelet en leven vaak in het water.

Indeling van dieren

Dieren worden onder andere ingedeeld op basis van symmetrie en skelet. Het dierenrijk telt 34 stammen, waarvan er zes vaak besproken worden:

  • Sponsdieren: niet symmetrisch, stevige hoornvezels tussen de cellen, leven vast op de zeebodem.
  • Neteldieren: veelzijdig symmetrisch, meestal geen skelet, leven in water en vangen prooi met tentakels.
  • Weekdieren: tweezijdig symmetrisch, vaak met schelp of huisje als skelet.
  • Stekelhuidigen: veelzijdig symmetrisch, inwendig skelet van kalk, huid met stekels of knobbels, leven op de zeebodem.
  • Geleedpotigen: tweezijdig symmetrisch, uitwendig skelet (pantser). Klassen: spinachtigen (spin), insecten (vlieg), kreeftachtigen (krab), duizendpoten.
  • Gewervelden: tweezijdig symmetrisch, inwendig skelet. Klassen: beenvissen (doktersvis), amfibieën (boomkikker), reptielen (zandhagedis), zoogdieren (das).

Woordenlijst

  • Inwendig skelet: zit binnen in het lichaam, bijvoorbeeld botten of een inwendige schelp.
  • Niet-symmetrisch: je kunt het op geen enkele manier in twee gelijke helften verdelen.
  • Skelet: stevige delen in of om het lichaam die zorgen voor stevigheid en bescherming.
  • Symmetrisch: je kunt het in twee gelijke helften verdelen.
  • Tweezijdig symmetrisch: je kunt het maar op één manier in twee gelijke helften verdelen.
  • Uitwendig skelet: zit aan de buitenkant van het lichaam, bijvoorbeeld een pantser of schelp.
  • Veelzijdig symmetrisch: je kunt het op meerdere manieren in gelijke helften verdelen.