3.1 Steeds kleinere groepen | Invuloefening
Om organismen te ordenen, kijken biologen naar bepaalde van de organismen. Dit is een eigenschap waarmee je een organisme kunt onderscheiden van andere. Zo kun je het leven op aarde indelen in twee hoofdgroepen: (organismen zonder celkern) en (organismen met celkern).
Binnen deze hoofdgroepen worden organismen verder onderverdeeld in . Prokaryoten zijn verdeeld in de rijken bacteriën en , terwijl eukaryoten worden ingedeeld in vijf rijken: chromista, protozoa, , planten en dieren.
Bij het ordenen van organismen kijken biologen naar celkenmerken zoals de celkern, de en bladgroenkorrels. Zo hebben alleen plantencellen bladgroenkorrels en hebben dieren geen celwand.
Na de indeling in rijken volgen kleinere groepen in deze volgorde: rijk, stam, klasse, orde, familie, geslacht en . Deze indeling wordt vaak weergegeven in een , waarin je kunt zien hoe organismen systematisch worden ingedeeld in steeds kleinere groepen.