3.1 Genotype en fenotype | Sleep de woorden
1. Informatie in je DNA voor alle erfelijke eigenschappen van een organisme.
2. Alle waarneembare en onzichtbare eigenschappen van een organisme.
3. Een stukje DNA dat informatie bevat voor één erfelijke eigenschap.
4. Variant van een gen, bijvoorbeeld voor blauwe of bruine ogen.
5. Structuur in de celkern die erfelijke informatie bevat, bestaat uit DNA.
6. Gewone celdeling waarbij het genotype van cellen gelijk blijft.
7. Samensmelting van eicel en zaadcel, waarbij chromosomenparen ontstaan.
8. Geslachtscel van de vrouw die één set chromosomen bevat.
9. Geslachtscel van de man met enkelvoudige chromosomen.
10. Factor van buitenaf die het fenotype kan beïnvloeden, zoals zonlicht of voeding.
11. Eigenschap die wordt doorgegeven van ouders op kinderen via genen.
12. Deel van de cel waar de chromosomen zich bevinden.
13. Stof in chromosomen die alle erfelijke informatie bevat.
14. Cel met chromosomen in paren en een volledige set genen.
15. Kenmerk van een organisme dat bepaald wordt door het genotype en het milieu.
Score: 0 van de 15 goed (0%)
Genotype
Fenotype
Gen
Allel
Chromosoom
Mitose
Bevruchting
Eicel
Zaadcel
Milieu-invloed
Erfelijk
Celkern
DNA
Lichaamscel
Eigenschap