2.6 Voeding en vertering bij zoogdieren Samenvatting
Planten en/of dieren
Zoogdieren kunnen worden ingedeeld op basis van hun dieet:
planteneters (herbivoren),
vleeseters (carnivoren) en
alleseters (omnivoren).
Er zijn duidelijke verschillen in het verteringsstelsel tussen deze groepen.
Plantaardig voedsel is moeilijker te verteren dan dierlijk voedsel omdat het celwanden van cellulose bevat, wat lastig af te breken is. Dierlijk voedsel mist deze celwanden en is daardoor makkelijker verteerbaar.
Planteneters
Herbivoren hebben een lang darmkanaal in verhouding tot hun lichaamslengte,
bijvoorbeeld een koe met een darmkanaal dat 25 keer zo lang is als haar lichaam.
Dit is nodig om de celluloserijke celwanden van planten af te breken.
Ze hebben plooikiezen met harde glazuurrichels die het voedsel fijnmalen; de plooien staan loodrecht op de kauwrichting. Hoektanden ontbreken vaak bij planteneters.
Vleeseters
Carnivoren hebben een kort darmkanaal omdat ze geen cellulose hoeven te verteren.
Een hond heeft bijvoorbeeld een darmkanaal dat 5,5 keer zo lang is als het lichaam.
Ze bezitten knipkiezen, waarmee vlees in stukken wordt geknipt.
De bovenkaak is breder dan de onderkaak, zodat de kiezen langs elkaar kunnen schuiven zoals een schaar. Hun hoektanden zijn groot, spits en scherp; ze dienen om prooien te doden, vlees los te scheuren en zich te verdedigen.
Alleseters
Omnivoren, zoals het varken (en de mens), hebben een middellang darmkanaal.
Ze beschikken over knobbelkiezen, waarmee voedsel zowel gemalen als geknipt kan worden.
Meestal hebben ze ook hoektanden.
Bij sommige soorten zijn deze scherp en geschikt om te jagen, bij andere zijn ze vergelijkbaar in grootte met de snijtanden. Mensen zijn ook alleseters, maar gebruiken daarnaast keukengerei zoals messen en technieken zoals koken om plantaardig voedsel beter te verteren.
Woordenlijst
- Alleseters: Zoogdieren die zowel planten als dieren eten en een middellang darmkanaal hebben.
- Carnivoren: Vleeseters met een kort darmkanaal en knipkiezen waarmee vlees in stukken wordt geknipt.
- Herbivoren: Planteneters met een lang darmkanaal en plooikiezen waarmee ze planten kunnen fijnmalen.
- Knipkiezen: Scherpe kiezen die langs elkaar glijden om vlees in stukken te knippen.
- Knobbelkiezen: Kiezen met een knobbelig oppervlak waarmee voedsel kan worden fijngemalen.
- Plooikiezen: Kiezen met harde richels waarmee plantaardig voedsel wordt fijngemalen.
- Planteneters: Zoogdieren die alleen planten eten en een lang darmkanaal hebben.
- Vleeseters: Zoogdieren die alleen dieren eten en een kort darmkanaal hebben.
- Omnivoren: Alleseters met een middellang darmkanaal en knobbelkiezen waarmee ze voedsel kunnen malen.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 2.6 .