2.5 Geboorte Samenvatting

Hoe verloopt een bevalling?

Een bevalling verloopt in verschillende fases, die allemaal belangrijk zijn voor een goede geboorte van de baby. De eerste stap is de indaling: het hoofdje van de baby zakt een paar weken voor de bevalling alvast naar beneden, richting het bekken. Daardoor ligt de baby goed voor de geboorte.

Van weeën tot volledige ontsluiting

De bevalling begint met weeën: samentrekkingen van de spieren in de baarmoederwand. Die zorgen ervoor dat de baarmoederhals en baarmoedermond wijder worden. Dat heet de ontsluiting. Tijdens de ontsluiting breken vaak de vruchtvliezen, en stroomt het vruchtwater naar buiten via de vagina.

Uitdrijving van de baby

Als de ontsluiting volledig is, beginnen de persweeën. Die zijn krachtiger dan gewone weeën, omdat ook de buikspieren meehelpen. De baby wordt nu via de vagina naar buiten geperst. Dit heet de uitdrijving. Meestal komt het hoofdje als eerste naar buiten. Na de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt, en begint de baby zelf met ademen en eten.

De nageboorte

Na de geboorte is de bevalling nog niet helemaal klaar. Er komen nog naweeën om de nageboorte naar buiten te duwen. Dat zijn de placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen. Pas daarna is de bevalling echt voorbij.

Woordenlijst

  • Indaling: Het zakken van het kind in het bekken van de zwangere, waardoor het dieper komt te liggen.
  • Nageboorte: Het naar buiten komen van de placenta, de vliezen en de navelstreng nadat het kind is geboren.
  • Ontsluiting: Het geleidelijk wijder worden van de baarmoedermond zodat het kind erdoor kan.
  • Persweeën: Krachtige samentrekkingen die ervoor zorgen dat het kind tijdens de bevalling verder naar buiten wordt geduwd.
  • Uitdrijving: Het naar buiten duwen van het kind uit de baarmoeder richting de geboorte.
  • Weeën: Samentrekkingen van de baarmoederspier die helpen om de geboorte voor te bereiden en te laten verlopen.