2.5 De celkern | Uitlegfilm

In deze uitlegvideo leer je alles over de celkern – het controlecentrum van de cel. We bekijken de functie van de celkern, de chromosomen die erin zitten, de opbouw van een chromosoom en de rol van DNA.

De celkern in plant en dier

Zowel plantaardige als dierlijke cellen hebben een celkern. De celkern is omgeven door een kernmembraan en bevindt zich in het binnenste van de cel. Hierin ligt het erfelijk materiaal opgeslagen: de chromosomen.

De functie van chromosomen

Chromosomen zijn lange, dunne draden die het bouwplan van de cel bevatten. Ze geven de cel alle instructies die nodig zijn om goed te functioneren. De celkern regelt zo wat er in de cel gebeurt.

In een chromosomenportret worden de chromosomen van een mens op volgorde gelegd. In werkelijkheid liggen ze kriskras door elkaar in de cel, maar op een foto kun je zien dat het er een groot aantal zijn.

Opbouw van een chromosoom

Chromosomen lijken op kleine worstjes. Als je er één uitrolt, zie je een lange opgerolde draad. Op die draad staat alle informatie die nodig is om het lichaam te bouwen en te laten werken.

Elke cel in je lichaam (behalve enkele uitzonderingen) bevat een celkern met hetzelfde pakket aan chromosomen. Dat betekent dat in bijna elke cel je volledige bouwplan aanwezig is.

Het aantal chromosomen

Een mens heeft 46 chromosomen. Andere organismen hebben er meer of minder. Een fruitvlieg heeft er bijvoorbeeld 8, en een aardappelplant maar liefst 256. Elk organisme heeft dus zijn eigen aantal chromosomen.

Chromosomen tijdens celdeling

Meestal zijn chromosomen niet zichtbaar, maar tijdens de celdeling worden ze dat wel. Op dat moment wordt de informatie in de cel gekopieerd, zodat beide nieuwe cellen dezelfde erfelijke informatie krijgen.

De chromosomen worden dus verdubbeld en daarna eerlijk verdeeld over de twee nieuwe cellen. Zo krijgt elke cel een compleet bouwplan.

DNA: de drager van erfelijke informatie

DNA vormt het belangrijkste onderdeel van een chromosoom. Het bestaat uit twee lange strengen die om elkaar heen draaien in een dubbele spiraal. Tussen die strengen zitten verbindingsstukjes, vergelijkbaar met traptreden van een wenteltrap.

De informatie die de cel nodig heeft, ligt opgeslagen in die verbindingsstukjes. Er bestaan vier soorten basenparen, en de volgorde daarvan vormt een code die het lichaam kan lezen. Door miljoenen van die basenparen achter elkaar te zetten ontstaat een lange keten met erfelijke informatie: het DNA.

Die DNA-code vertelt het lichaam hoe nieuwe cellen moeten worden gemaakt en hoe alles in het organisme moet functioneren. Zo bevat DNA alle erfelijke informatie van een organisme.

Samenvatting

  • De celkern is het controlecentrum van de cel.
  • In de celkern zitten chromosomen met alle informatie voor bouw en werking van het organisme.
  • Chromosomen bestaan uit DNA, waarin de erfelijke informatie is vastgelegd met basenparen.

Succes met leren, en tot de volgende uitlegfilm!