2.3 Weefsels Samenvatting

Cellen

celweefselorgaan Organismen bestaan uit één of meer cellen, de bouwstenen van het lichaam. Ze zijn zo klein dat ze alleen onder een microscoop zichtbaar zijn. Cellen hebben verschillende vormen, zoals bolletjes of kubussen, en kunnen uitlopers hebben. Een mens bestaat uit ongeveer 30 biljoen cellen.

Weefsels van mensen

Cellen met dezelfde vorm en functie vormen samen een weefsel. Voorbeelden van weefsels bij mensen zijn:

  • Botweefsel: opgebouwd uit botcellen.
  • Spierweefsel: aanwezig in spieren.
  • Zenuwweefsel: onder andere in hersenen en hart.

Organen, zoals het hart, bestaan vaak uit meerdere soorten weefsels.

Tussencelstof

Veel weefsels bevatten tussencelstof: materiaal tussen de cellen. Dit kan vloeibaar zijn, zoals hersenvloeistof, of hard, zoals de kalkachtige stof in botten. Tussencelstof zorgt voor stevigheid, en cellen kunnen via uitsteeksels met elkaar verbonden zijn.

Weefsels van planten

Ook plantorganen zijn opgebouwd uit weefsels. Belangrijke voorbeelden zijn:

  • Opperhuid: één laag cellen aan de boven- en onderkant van het blad die de plant beschermt.
  • Huidmondjes: kleine openingen tussen opperhuidcellen, vooral aan de onderkant van het blad.

De functies van huidmondjes zijn het opnemen van koolstofdioxide, het afgeven van zuurstof en het reguleren van waterverdamping. Bij te veel verdamping sluiten de huidmondjes.

Jaarringen

Het cambium is een laag cellen onder de schors van een boom die nieuw hout vormt richting het midden van de stam. In de lente ontstaan grote, lichte houtcellen, terwijl in de zomer kleinere, donkerdere cellen groeien. In herfst en winter stopt de groei.

Samen vormen lente- en zomerhout één jaarring. Het oudste hout ligt in het midden van de stam. Door het aantal jaarringen aan de onderkant van een stam te tellen, kun je de leeftijd van een boom bepalen.

Woordenlijst

  • Cambium: een dunne laag cellen vlak onder de schors van een boom die ieder jaar nieuw hout vormt.
  • Cel: de kleinste bouwsteen van een organisme. Alle levende wezens bestaan uit één of meer van deze bouwstenen.
  • Huidmondjes: kleine openingen in de beschermende laag van een blad waardoor gassen worden uitgewisseld en water kan verdampen.
  • Jaarring: het hout dat een boom in één groeiseizoen aanmaakt; te zien als een lichte en donkere laag in een doorsnede van de stam.
  • Opperhuid: een beschermende laag aan de boven- en onderkant van een blad, bestaande uit één laag cellen.
  • Tussencelstof: materiaal dat zich bevindt tussen de bouwstenen van een weefsel; dit kan vloeibaar zijn (zoals hersenvloeistof) of hard (zoals kalk in botten).
  • Weefsel: een groep gelijkvormige bouwstenen die samen dezelfde taak uitvoeren.