2.1 Voedingsmiddelen en voedingsstoffen | Sleep de woorden

1. Belangrijke bouwstof. Nodig voor cytoplasma, spieren en groei.
2. Leveren vooral energie, zoals glucose, zetmeel en suikers.
3. Dienen als brandstof, bouwstof én reservestof.
4. Nodig voor vervoer van stoffen en als bouwstof.
5. Kalkachtige bouwstoffen voor botten, ook beschermend.
6. Beschermen je tegen ziekten en zijn ook bouwstoffen.
7. Onverteerbare delen van planten, goed voor je darmen.
8. Alle producten die je kunt eten of drinken.
9. Afkomstig van of gemaakt uit planten.
10. Afkomstig van dieren of dierlijke producten.
11. Nodig voor groei, herstel en ontwikkeling van het lichaam.
12. Leveren energie voor beweging en lichaamstemperatuur.
13. Worden opgeslagen in je lichaam voor later gebruik.
14. Helpen ziekten voorkomen en je gezond houden.
15. Voorbeeld van een suiker, belangrijke brandstof voor je cellen.
Score: 0 van de 15 goed (0%)
Eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Water
Mineralen
Vitaminen
Voedingsvezel
Voedingsmiddelen
Plantaardig
Dierlijk
Bouwstoffen
Brandstoffen
Reservestoffen
Beschermende stoffen
Glucose