14.2 De huid en het onderhuidse bindweefsel
De huid bestaat uit verschillende lagen die samen het inwendige milieu beschermen. De opperhuid vormt de bovenste laag. Deze bestaat uit de kiemlaag, waar nieuwe cellen ontstaan, en de hoornlaag, die uit dode verhoornde cellen bestaat. Deze laag vormt een sterke barrière tegen infecties. De huid heeft bovendien een zure beschermlaag waardoor ziekteverwekkers minder kans krijgen om zich te vermenigvuldigen.
Onder de opperhuid ligt de lederhuid. Hier bevinden zich bloedvaten, haren, talgklieren, zweetklieren en zintuigcellen. Deze onderdelen spelen een belangrijke rol bij bescherming, waarneming en temperatuurregeling. Onder deze laag ligt het onderhuidse bindweefsel. Dit weefsel bevat veel vet en zorgt daardoor voor isolatie. Warmte blijft beter behouden doordat het vet voorkomt dat warmte snel uit het lichaam ontsnapt.
De huid en temperatuurregeling
De huid helpt actief mee aan het op peil houden van de lichaamstemperatuur. De vetlaag onder de huid zorgt al voor isolatie, maar daarnaast speelt de doorbloeding een grote rol. Wanneer het lichaam warmte kwijt moet, zetten bloedvaatjes in de huid uit. Daardoor stroomt er meer warm bloed door de huid en kan warmte aan de omgeving worden afgegeven. Dit verklaart waarom iemand rood kan worden als hij het warm heeft.
Zweetklieren ondersteunen dit proces. Ze produceren zweet, dat op de huid verdampt. Bij verdamping wordt warmte onttrokken aan het lichaam, waardoor afkoeling ontstaat. Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je met natte handen in koude lucht beweegt.
Bij koude omstandigheden werkt het precies andersom. De bloedvaatjes in de huid vernauwen zodat er minder warmte verloren gaat. Ook de lichaamsharen spelen een kleine rol. Door spiertjes bij de haarwortels gaan haren rechtop staan, waardoor er een dun laagje lucht wordt vastgehouden. Bij mensen werkt dit minder effectief dan bij dieren, omdat mensen veel minder lichaamsbeharing hebben.
Bescherming door pigment
In de kiemlaag van de opperhuid zit pigment. Deze kleurstof beschermt de cellen tegen schadelijke UV-straling. Dit is belangrijk, omdat delende cellen extra kwetsbaar zijn. Wanneer je huid voorzichtig wordt blootgesteld aan zonlicht, maakt de huid meer pigment aan en word je geleidelijk bruiner.
Het pigment werkt als een beschermend schild rond cellen die zich delen. Zo vermindert het de kans op beschadigingen van het DNA. Als deze bescherming ontbreekt of onvoldoende is, kunnen mutaties ontstaan. In ernstige gevallen kan dit leiden tot huidkanker. Daarom is het belangrijk om je huid goed te beschermen, zeker bij een lichte huidskleur of bij felle zon.
De huid vervult dus meerdere functies tegelijk. Ze beschermt tegen ziekteverwekkers, helpt warmte vasthouden of afvoeren en beschermt de kiemlaag tegen UV-straling. Daarmee draagt de huid direct bij aan een constant inwendig milieu.
Liever de samenvatting lezen? Lees hier de
samenvatting over paragraaf 14.2
.
Klaar met luisteren?
Test jezelf met vragen over 14.2
.