12.6 Planteneters, vleeseters en alleseters Samenvatting
De bouw van tanden en kiezen
Je gebit bestaat uit tanden en kiezen die vastzitten in je kaak met één of meer wortels. Het zichtbare deel boven het tandvlees heet de kroon. Binnenin zit tandbeen, dat zacht is en daarom goed beschermd wordt door een harde laag glazuur. Bij het wortelgedeelte wordt het tandbeen bedekt door een dun laagje cement. In het tandbeen ligt de tandholte met zenuwen en bloedvaten, en je tandvlees zorgt ervoor dat alles goed in je kaak blijft zitten.
Verschillende eters, verschillend gebit
Niet elk dier eet hetzelfde, en dat zie je aan hun gebit én hun darmkanaal.
Planteneters eten moeilijk verteerbare planten en hebben daarom een lang darmkanaal en plooikiezen met harde richels om het voedsel fijn te malen. Vaak missen ze hoektanden.
Vleeseters eten alleen dierlijk voedsel, dat makkelijker verteert. Hun darmkanaal is korter. Ze hebben scherpe knipkiezen om vlees in stukken te knippen, en grote, scherpe hoektanden om prooien te grijpen en stukken af te scheuren.
Alleseters, zoals mensen, eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Hun darmkanaal is middellang. Ze hebben knobbelkiezen om voedsel te malen en meestal ook hoektanden, die soms puntig zijn, maar vaak klein blijven zoals bij mensen. Onze tanden zijn ook geschikt om stukken van voedsel af te bijten.
Verzorging van je gebit
Elke dag ontstaat er een laagje tandplak op je tanden. Dat bestaat uit bacteriën, speeksel en etensresten. Bacteriën in tandplak zetten suikers om in zuur, dat je glazuur langzaam aantast. Daardoor kunnen er gaatjes ontstaan, wat we tandbederf noemen. Als je vaak suikerrijke tussendoortjes eet, krijgt je glazuur weinig tijd om te herstellen.
Daarnaast kunnen zure dranken zoals frisdrank je glazuur direct aantasten. Dit heet tanderosie. Je voorkomt dit door minder vaak zure dingen te drinken. Door twee keer per dag goed te poetsen met tandpasta met fluoride, verwijder je tandplak én maak je je glazuur sterker. Verwijder je tandplak niet, dan kan het verharden tot tandsteen, en dat moet de tandarts dan weghalen.
Woordenlijst
- Alleseters: Dieren die zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten.
- Cement: Dun laagje dat het tandbeen van de wortel bedekt.
- Fluoride: Stof in tandpasta die het glazuur versterkt en beschermt tegen zuur.
- Glazuur: Harde laag die het tandbeen van de kroon bedekt en beschermt.
- Knipkiezen: Scherpe kiezen waarmee vleeseters voedsel in stukken knippen.
- Knobbelkiezen: Kiezen met een hobbelig oppervlak waarmee voedsel wordt fijngemalen.
- Planteneters: Dieren die alleen plantaardig voedsel eten.
- Plooikiezen: Kiezen met harde richels van glazuur waarmee plantaardig voedsel wordt fijngemalen.
- Tandbederf: Aantasting van tanden en kiezen door zuren uit tandplak.
- Tandbeen: Zachtere laag waaruit het grootste deel van tanden en kiezen bestaat.
- Tanderosie: Aantasting van het glazuur door zuren in voedsel of dranken.
- Tandplak: Plakkerig laagje van bacteriën, speeksel en etensresten op tanden en kiezen.
- Vleeseters: Dieren die alleen dierlijk voedsel eten.
- Wortel: Deel waarmee een tand of kies vastzit in de kaak.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 12.6 .
Meer lezen? Scientias.nl – Nooit meer gaatjes? Deze nieuwe gel herstelt direct je tandglazuur .