12.5 Knutselen met DNA Samenvatting
Waarom zou je DNA willen veranderen?
Onderzoekers weten steeds beter hoe DNA werkt en welke foutjes erfelijke ziekten veroorzaken. Bij aandoeningen zoals taaislijmziekte (CF) zit de fout in alle cellen. Door een gezond gen toe te voegen, zouden cellen beter kunnen functioneren. Deze behandeling heet gentherapie. Ook bij andere organismen kan DNA worden aangepast. Zo maken bacteriën met een menselijk gen nu menselijke insuline voor diabetespatiënten. Dat is efficiënter en veroorzaakt minder bijwerkingen dan de dierlijke variant.
Hoe kun je DNA veranderen?
Bij genetisch modificeren haal je eerst het gewenste gen met een enzym uit het DNA. Daarna breng je het gen in een cel met behulp van een vector of door direct injecteren. Een bekend voorbeeld is het gebruik van een virus als vector om longcellen te behandelen bij CF. Voor bacteriën gebruik je vaak een plasmide, een rond stukje DNA dat bacteriën makkelijk opnemen. Ook kunnen met DNA beklede gouden kogeltjes in een cel worden geschoten. Uiteindelijk moet het nieuwe gen door de cel worden overgenomen en gebruikt worden voor de productie van een eiwit.
Welke bezwaren zijn er tegen DNA modificeren?
Niet iedereen is enthousiast over genetische modificatie. Een voorbeeld is ‘gouden rijst’, een transgeen gewas dat vitamine A produceert. Dit kan gezondheidsproblemen voorkomen, maar roept ook zorgen op. Zo zijn er mensen die liever natuurlijke alternatieven zien, zoals groenten die van nature vitamine A bevatten. Er zijn ook ethische en ecologische bezwaren: het aanpassen van dieren-DNA kan hun welzijn schaden, en gemodificeerde gewassen kunnen zich mengen met traditionele planten. Daarnaast kunnen nieuwe eiwitten in voedsel allergieën veroorzaken of giftig zijn. Sommige mensen vrezen zelfs voor nieuwe ziekten als menselijk DNA in dieren wordt ingebouwd.
Woordenlijst
- Genetisch gemodificeerd organisme (ggo): Organisme waarin het DNA door mensen is veranderd.
- Genetisch modificeren: Het DNA van een organisme opzettelijk veranderen.
- Gentherapie: Een ziekte behandelen door het DNA te veranderen.
- Injecteren: Inspuiten met een naald; manier om een nieuw gen in de celkern te krijgen.
- Kogeltjes: Gouden deeltjes bedekt met DNA, die in een celkern worden geschoten om DNA in te brengen.
- Plasmide: Cirkelvormig stukje DNA dat bacteriën onderling uitwisselen; kan gebruikt worden om een gen in te brengen.
- Transgeen: Organisme met DNA dat afkomstig is van een ander soort organisme.
- Vector: Transportmiddel om een gen in een cel te brengen, bijvoorbeeld een virus of plasmide.
- Virus: Kan gebruikt worden als vector om DNA in een cel in te brengen.
Klaar met lezen? Test jezelf met vragen over 12.5 .
Meer lezen? Scientias – Evolutie deel 3: DNA, etcetera (Podcast) .