10.6 Het hormoonstelsel Samenvatting

Wat is het hormoonstelsel?

Het hormoonstelsel bestaat uit hormoonklieren die hormonen maken en direct afgeven aan het bloed. Deze stoffen regelen allerlei processen in het lichaam, zoals groei, ontwikkeling, stofwisseling en voortplanting. Elke hormoon heeft effect op specifieke organen die gevoelig zijn voor dat hormoon.

De hypofyse en de schildklier

De hypofyse, onderaan de hersenen, is een belangrijke hormoonklier. Hij maakt onder andere groeihormoon, dat zorgt voor de groei van de botten. Tijdens de puberteit zorgt dit hormoon voor een groeispurt. Te veel groeihormoon leidt tot reuzengroei, te weinig tot dwerggroei.

De hypofyse stuurt ook andere klieren aan, zoals de schildklier. Die ligt in je hals en maakt schildklierhormoon, dat de verbranding in je cellen stimuleert. Dat is belangrijk voor je energie, groei en ontwikkeling. Als er te veel schildklierhormoon is, werkt de verbranding te snel. Is er te weinig, dan voel je je moe en koud, en vertraagt je ontwikkeling.

Bloedsuiker en de eilandjes van Langerhans

In de alvleesklier zitten de eilandjes van Langerhans. Die maken twee hormonen: insuline en glucagon. Deze regelen samen het glucosegehalte in het bloed. Na het eten zorgt insuline ervoor dat glucose wordt opgeslagen als glycogeen in lever en spieren. Bij inspanning zorgt glucagon er juist voor dat dat glycogeen weer wordt omgezet in glucose en terug het bloed in gaat.

Bij diabetes gaat dit mis. Het lichaam maakt te weinig insuline, of reageert er niet goed op. Daardoor blijft er te veel glucose in het bloed. Bij diabetes type 1 moeten mensen zelf insuline toedienen. Bij type 2 ontstaat de ziekte vaak door een ongezonde leefstijl.

Adrenaline en snelle actie

De bijnieren, bovenop de nieren, maken adrenaline. Dat gebeurt bij schrik, woede of stress. Adrenaline zorgt ervoor dat glycogeen snel wordt omgezet in glucose. Zo stijgt het glucosegehalte van je bloed, je hartslag versnelt en je gaat sneller ademen. Dit hormoon werkt snel en kort, zodat je lichaam direct klaar is om te reageren.

Woordenlijst

  • Adrenaline: Hormoon dat het glucosegehalte snel verhoogt en de hartslag en ademhaling versnelt.
  • Bijnieren: Klieren bovenop de nieren die adrenaline produceren.
  • Diabetes: Ziekte waarbij het glucosegehalte te hoog blijft door problemen met insuline.
  • Eilandjes van Langerhans: Groepjes cellen in de alvleesklier die insuline en glucagon maken.
  • Glucagon: Hormoon dat glycogeen omzet in glucose bij een laag bloedsuikergehalte.
  • Glycogeen: Reservestof van glucose die wordt opgeslagen in lever en spieren.
  • Groeihormoon: Hormoon dat de groei van botten regelt, vooral in de puberteit.
  • Hormonen: Stoffen die via het bloed de werking van organen regelen.
  • Hormoonklieren: Organen die hormonen maken en afgeven aan het bloed.
  • Hypofyse: Hormoonklier onderaan de hersenen die o.a. groeihormoon produceert.
  • Insuline: Hormoon dat glucose omzet in glycogeen bij een hoog bloedsuikergehalte.
  • Schildklier: Klier in de hals die schildklierhormoon produceert.
  • Schildklierhormoon: Hormoon dat de verbranding in cellen stimuleert en groei beïnvloedt.