10.1 Het zenuwstelsel | Sleep de woorden

1. Bestaat uit hersenen, hersenstam en ruggenmerg.
2. Verbinden het centrale zenuwstelsel met spieren, zintuigen en andere lichaamsdelen.
3. Elektrische signalen die ontstaan door prikkels en via zenuwen reizen.
4. Cellen die prikkels uit de omgeving opvangen.
5. Informatie uit de omgeving zoals licht, geur of geluid.
6. Verwerken impulsen en sturen signalen naar spieren en klieren.
7. Verbindt de hersenen met het ruggenmerg en regelt basisfuncties.
8. Stuurt signalen tussen hersenen en lichaam door.
9. Deel van de hersenen waar bewuste waarneming en beweging plaatsvinden.
10. Coördineren bewegingen en houden je evenwicht.
11. Organen die stoffen produceren, zoals speeksel of zweet.
12. Maken speeksel aan als reactie op bepaalde prikkels.
13. Trekken samen als reactie op impulsen, waardoor beweging ontstaat.
14. Worden in de tekst gebruikt als voorbeeld om prikkels op te wekken.
15. Bestaat uit centrale zenuwstelsel en zenuwen, regelt reacties op prikkels.
Score: 0 van de 15 goed (0%)
Centrale zenuwstelsel
Zenuwen
Impulsen
Zintuigcellen
Prikkels
Hersenen
Hersenstam
Ruggenmerg
Grote hersenen
Kleine hersenen
Klieren
Speekselklieren
Spieren
Bonbons
Zenuwstelsel