1.1 Organismen | Test jezelf Resultaat Probeer opnieuw 1. Welk verschijnsel hoort bij stofwisseling? A. Het groeien van je haar B. Het reageren op licht C. Het omzetten van suikers in vetten D. Het bouwen van een toren 2. Wat is géén levenskenmerk? A. Ademhalen B. Slapen C. Groeien D. Voortplanting 3. Wat gebeurt er tijdens uitscheiding? A. Zuurstof opnemen B. Afvalstoffen maken C. Energierijke stoffen opnemen D. Afvalstoffen afvoeren 4. Wat is een voorbeeld van geestelijke ontwikkeling? A. Je krijgt schaamhaar B. Je leert lopen C. Je muzieksmaak verandert D. Je hoofd groeit 5. Welke levensfase komt direct na de kleuterfase? A. Adolescent B. Baby C. Schoolkind D. Puber 6. Wat is een belangrijk kenmerk van de puberteit? A. Je leert fietsen B. Je krijgt secundaire geslachtskenmerken C. Je wordt zelfstandig D. Je leert schrijven 8. Wat is een voorbeeld van lichamelijke ontwikkeling? A. Je muzieksmaak verandert B. Je benen worden langer C. Je wordt zelfstandig D. Nieuwe gevoelens krijgen 9. Wat gebeurt er tijdens geestelijke groei? A. Je gaat fietsen B. Je leert beter nadenken C. Je krijgt baardgroei D. Je groeit in lengte 10. In welke levensfase leren kinderen vaak lezen? A. Adolescent B. Schoolkind C. Puber D. Kleuter 11. Wat hoort bij een organisme? A. Het is dood B. Het heeft levenskenmerken C. Het leeft kort D. Het is een voorwerp 12. Wat hoort bij de peuterfase? A. Rekenen B. Leren lopen C. Groeispurt D. Zelfstandig worden 13. Wat is een voorbeeld van reageren op prikkels? A. Slapen B. Wegspringen voor vuur C. Zitten D. Groeien 14. Welke functie hoort niet bij stofwisseling? A. Voeding B. Slapen C. Uitscheiding D. Ademhaling 19. Wat is een gevolg van lichamelijke groei? A. Je leert beter nadenken B. Je wordt zelfstandiger C. Je wordt langer D. Je leert schrijven 20. Wat hoort niet bij geestelijke ontwikkeling? A. Nieuwe gevoelens B. Je armen worden langer C. Verandering in gedrag D. Verandering van interesses 21. Welke levensfase hoort bij 18 tot 21 jaar? A. Puber B. Adolescent C. Volwassene D. Kleuter 23. Waarom is voeding een levenskenmerk? A. Omdat je dan groeit B. Omdat je dan stoffen opneemt C. Omdat je dan beweegt D. Omdat je dan reageert 25. Wat betekent stofwisseling? A. Je lichaam beweegt B. Je lichaam wordt zwaarder C. Stoffen worden omgezet in andere stoffen D. Slapen en rusten 27. Wat is een kenmerk van de adolescent? A. Je leert rekenen B. Je leert praten C. Je wordt zelfstandiger D. Je krijgt borsten Vorige Volgende Controleer antwoorden