1.1 Organismen | Invuloefening
Organismen vertonen verschillende , zoals groei, ontwikkeling en reageren op . Door wordt een organisme groter en zwaarder, terwijl bij de bouw en het functioneren veranderen. Ook kunnen organismen prikkels waarnemen en daarop reageren, bijvoorbeeld door .
Daarnaast hebben organismen : alle processen waarbij stoffen worden omgezet. Hierbij horen voeding, en uitscheiding. Tijdens de stofwisseling neemt het lichaam bijvoorbeeld energie op uit voedsel, gebruikt het zuurstof en worden afvalstoffen afgevoerd.
Mensen doorlopen tijdens hun leven verschillende levensfasen. Een groeit snel, leert zitten en reageert op anderen. Een leert praten en lopen, terwijl een kleuter gaat fietsen, samen spelen en meer met beeldschermen doet.
Het schoolkind leert lezen, schrijven en rekenen. In de fase van vinden sterke lichamelijke veranderingen plaats, zoals groeispurten en geslachtskenmerken. Een wordt steeds zelfstandiger, waarna iemand als kan werken en eventueel kinderen krijgt. Vanaf 65 jaar is iemand een oudere, waarbij lichamelijke of problemen vaker voorkomen.