FAQ – Thema 6. Ecologie
6.1 Eten en gegeten worden
Wat is een voedselketen?

Een voedselketen is een reeks soorten waarbij elke soort wordt gegeten door de volgende soort.

Wat is een voedselweb?

Een voedselweb is het geheel van alle voedselrelaties in een gebied.

Welke organismen staan in de eerste schakel van een voedselketen?

In de eerste schakel staan altijd producenten.

Waarom begint een voedselketen met een producent?

Producenten kunnen als enige energierijke stoffen maken uit energiearme stoffen.

Wat zijn producenten?

Producenten zijn organismen met bladgroen die energiearme stoffen omzetten in energierijke stoffen.

Wat zijn consumenten?

Consumenten zijn organismen die leven van energierijke stoffen die door andere organismen zijn gemaakt.

Wat zijn planteneters?

Planteneters zijn dieren die alleen planten eten en altijd de tweede schakel van een voedselketen vormen.

Wat zijn vleeseters?

Vleeseters zijn dieren die andere dieren eten en de derde of hogere schakel van een voedselketen vormen.

Wat zijn alleseters?

Alleseters zijn dieren die zowel planten als dieren eten en consument van de eerste orde of hoger kunnen zijn.

Wat is fotosynthese?

Fotosynthese is het proces waarbij koolstofdioxide en water met behulp van lichtenergie worden omgezet in glucose en zuurstof.

Waar vindt fotosynthese plaats?

Fotosynthese vindt plaats in bladgroenkorrels.

Welke stoffen ontstaan bij fotosynthese?

Bij fotosynthese ontstaan glucose en zuurstof.

Welke stoffen zijn energiearm?

Energiearme stoffen zijn stoffen zoals koolstofdioxide, water, zuurstof en mineralen.

Welke stoffen zijn energierijk?

Energierijke stoffen zijn stoffen zoals glucose, koolhydraten, eiwitten en vetten.

Wat zijn mineralen bij planten?

Mineralen zijn energiearme stoffen in de bodem die planten met hun wortels opnemen.

Wat gebeurt er bij verbranding?

Bij verbranding wordt glucose met zuurstof omgezet in koolstofdioxide, water en energie.

Waarom is verbranding belangrijk voor organismen?

Bij verbranding komt energie vrij die organismen gebruiken voor groei en beweging.

Wat betekent stofwisseling?

Stofwisseling zijn alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen.

Wat zijn reducenten?

Reducenten zijn bacteriën en schimmels die energierijke stoffen uit dode organismen afbreken tot energiearme stoffen.

Wat is een kringloop in de natuur?

Een kringloop is een zich herhalend proces waarbij stoffen steeds opnieuw worden gebruikt.

6.2 Piramiden
Wat is een piramide van aantallen?

Een piramide van aantallen laat zien hoeveel organismen er in elke schakel van een voedselketen voorkomen.

Wat is een piramide van biomassa?

Een piramide van biomassa laat zien hoeveel energierijke stoffen aanwezig zijn in elke schakel van een voedselketen.

Wat betekent biomassa?

Biomassa is de totale hoeveelheid energierijke stoffen in een organisme of groep organismen.

Hoe verandert het aantal organismen in een voedselketen?

Het aantal organismen wordt meestal kleiner in elke volgende schakel van de voedselketen.

Waarom heeft een piramide van aantallen soms geen piramidevorm?

Soms zijn er minder producenten dan planteneters waardoor de vorm kan afwijken.

Hoe verandert de biomassa in een voedselketen?

De biomassa wordt in elke volgende schakel kleiner.

Waarom heeft een piramide van biomassa altijd een piramidevorm?

De hoeveelheid energierijke stoffen neemt steeds af in hogere schakels.

Hoe komt energie in een voedselketen terecht?

Producenten leggen energie uit zonlicht vast in energierijke stoffen door fotosynthese.

Wat gebeurt er met energie bij elke schakel in de voedselketen?

Bij elke schakel gaat een deel van de energie verloren.

Waarom wordt niet alle energie doorgegeven aan de volgende schakel?

Een deel van de energie wordt gebruikt voor verbranding en gaat verloren als warmte.

Wat gebeurt er met organismen die niet worden opgegeten?

De energierijke stoffen worden gebruikt door reducenten en niet door de volgende schakel.

Wat gebeurt er met onverteerbaar voedsel?

Onverteerbare stoffen verlaten het lichaam via de ontlasting.

Hoe verdwijnt energie via uitwerpselen?

Energie in onverteerde resten wordt niet doorgegeven aan de volgende schakel.

Waarvoor gebruiken organismen energierijke stoffen?

Ze gebruiken deze stoffen als brandstof en als bouwstof.

Wat gebeurt er met energie bij verbranding?

Bij verbranding komt energie vrij die vaak verloren gaat als warmte of beweging.

Waarom moet een dier veel voedsel eten om te groeien?

Slechts een klein deel van het voedsel wordt omgezet in biomassa.

Wat gebeurt er met energie bij beweging?

De energie wordt omgezet in beweging en gaat daarna verloren als warmte.

Welke stoffen worden doorgegeven aan de volgende schakel?

Bouwstoffen in het lichaam kunnen worden doorgegeven wanneer een organisme wordt gegeten.

Wat is het verschil tussen brandstoffen en bouwstoffen?

Brandstoffen leveren energie en bouwstoffen worden gebruikt voor groei.

Waarom neemt energie af in hogere schakels?

Omdat bij elke stap energie verloren gaat door verbranding, uitwerpselen en niet-opgegeten organismen.

6.3 Koolstofkringloop en stikstofkringloop
Wat is de koolstofkringloop?

De koolstofkringloop is het proces waarbij koolstof in verschillende stoffen door organismen en de lucht wordt doorgegeven.

Hoe komt koolstof in planten terecht?

Planten nemen koolstof op uit koolstofdioxide uit de lucht tijdens fotosynthese.

Wat maken planten met koolstof?

Planten gebruiken koolstof om glucose en andere energierijke stoffen te maken.

Hoe komt koolstof in dieren terecht?

Dieren krijgen koolstof binnen door planten of andere dieren te eten.

Wat gebeurt er met koolstof bij verbranding?

Bij verbranding wordt koolstof omgezet in koolstofdioxide dat aan de lucht wordt afgegeven.

Welke rol spelen reducenten in de koolstofkringloop?

Reducenten breken dode resten af en zetten koolstof weer om in koolstofdioxide.

Wat gebeurt er met koolstof uit dode organismen?

Deze koolstof wordt door reducenten verwerkt en komt uiteindelijk weer in de lucht als koolstofdioxide.

Waarom is de koolstofkringloop belangrijk?

De kringloop zorgt ervoor dat koolstof steeds opnieuw beschikbaar is voor organismen.

Wat is de stikstofkringloop?

De stikstofkringloop is het proces waarbij stikstof in verschillende vormen door organismen en de bodem wordt doorgegeven.

Waarom hebben organismen stikstof nodig?

Stikstof is nodig voor de opbouw van eiwitten en DNA.

In welke vorm nemen planten stikstof op?

Planten nemen stikstof op in de vorm van nitraat uit de bodem.

Wat maken planten met nitraat?

Planten gebruiken nitraat samen met glucose om eiwitten te maken.

Hoe komt stikstof in dieren terecht?

Dieren krijgen stikstof binnen door plantaardige of dierlijke eiwitten te eten.

Wat gebeurt er met eiwitten uit dode organismen?

Reducenten breken deze eiwitten af en zetten ze om in andere stikstofverbindingen.

Wat ontstaat er bij de afbraak van eiwitten?

Bij de afbraak ontstaan onder andere ammoniak en ammonium.

Hoe wordt ammonium omgezet in nitraat?

Bepaalde bacteriën in de bodem zetten ammonium om in nitraat.

Wat doen stikstofbindende bacteriën?

Deze bacteriën zetten stikstof uit de lucht om in stoffen die planten kunnen gebruiken.

Waar komen stikstofbindende bacteriën voor?

Ze komen onder andere voor in wortelknolletjes van planten zoals klaver en lupine.

Waarom kunnen planten geen stikstof uit de lucht opnemen?

Planten kunnen alleen stikstof opnemen in de vorm van nitraat en niet als stikstofgas.

Waarom is de stikstofkringloop belangrijk?

De kringloop zorgt ervoor dat stikstof steeds opnieuw beschikbaar blijft voor organismen.

6.4 Biologisch evenwicht
Wat zijn biotische factoren?

Biotische factoren zijn invloeden uit de levende natuur zoals voedsel, roofdieren en soortgenoten.

Wat zijn abiotische factoren?

Abiotische factoren zijn invloeden uit de levenloze natuur zoals temperatuur, licht en water.

Hoe beïnvloeden biotische factoren een organisme?

Ze beïnvloeden bijvoorbeeld de hoeveelheid voedsel en de kans om opgegeten te worden.

Hoe beïnvloeden abiotische factoren een organisme?

Ze bepalen onder andere de leefomstandigheden zoals temperatuur en hoeveelheid water.

Wat is een individu?

Een individu is één enkel organisme.

Wat is een populatie?

Een populatie is een groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten.

Wat is een levensgemeenschap?

Een levensgemeenschap bestaat uit alle populaties die in een bepaald gebied samenleven.

Wat is een ecosysteem?

Een ecosysteem is een gebied met alle populaties en de abiotische factoren die daar voorkomen.

Welke niveaus van ecologie zijn er?

De niveaus zijn individu, populatie, levensgemeenschap en ecosysteem.

Wat is biologisch evenwicht?

Biologisch evenwicht is een situatie waarin de grootte van populaties schommelt rond een bepaalde waarde.

Waarom verandert de grootte van een populatie?

De grootte verandert door invloeden van biotische en abiotische factoren.

Wanneer groeit een populatie?

Een populatie groeit wanneer de omstandigheden gunstig zijn zoals veel voedsel en weinig vijanden.

Wanneer neemt een populatie af?

Een populatie neemt af bij ongunstige omstandigheden zoals weinig voedsel of veel ziekte.

Wat zijn optimale omstandigheden?

Optimale omstandigheden zijn omstandigheden waarbij groei en voortplanting het best verlopen.

Wat is een optimumkromme?

Een optimumkromme is een diagram dat laat zien hoe goed een organisme leeft bij verschillende waarden van een abiotische factor.

Wat betekent optimum?

Optimum betekent de beste waarde waarbij een organisme het beste kan leven en zich voortplanten.

Wat is het tolerantiegebied?

Het tolerantiegebied is het gebied van omstandigheden waarin een organisme kan overleven.

Wat gebeurt er buiten het tolerantiegebied?

Buiten het tolerantiegebied kan een organisme niet overleven.

Hoe beïnvloeden roofdieren een populatie?

Roofdieren verkleinen de populatie door dieren op te eten.

Hoe beïnvloedt voedsel de populatiegrootte?

Bij veel voedsel groeit de populatie en bij weinig voedsel neemt de populatie af.

6.5 Aanpassingen bij dieren
Wat zijn aanpassingen bij dieren?

Aanpassingen zijn kenmerken waardoor dieren beter kunnen overleven in hun leefomgeving.

Waarom zijn dieren aangepast aan hun leefomgeving?

Aanpassingen zorgen ervoor dat dieren beter voedsel kunnen vinden en minder snel worden opgegeten.

Wat betekent een gestroomlijnd lichaam?

Een gestroomlijnd lichaam heeft weinig uitsteeksels waardoor de weerstand van water of lucht klein is.

Waarom hebben waterdieren een gestroomlijnd lichaam?

Hierdoor kunnen ze makkelijker en sneller door het water bewegen.

Hoe is de huid van vissen aangepast?

De huid is bedekt met schubben en een laag slijm waardoor de weerstand kleiner wordt.

Wat is een schutkleur?

Een schutkleur is een kleur waardoor een dier minder opvalt in zijn omgeving.

Waarom is een schutkleur belangrijk?

Een schutkleur helpt dieren om niet op te vallen voor vijanden of prooien.

Wat zijn zoolgangers?

Zoolgangers zijn dieren die op hun hele voetzool lopen.

Waarom zakken zoolgangers minder snel weg?

Ze hebben een groot steunoppervlak waardoor ze minder snel wegzakken in zachte grond.

Wat zijn teengangers?

Teengangers zijn dieren die op hun tenen lopen.

Waarom zijn teengangers snelle dieren?

Ze kunnen sneller rennen en springen doordat ze op hun tenen lopen.

Wat zijn hoefgangers?

Hoefgangers zijn dieren die op de toppen van hun tenen lopen.

Waarom kunnen hoefgangers hard rennen?

Ze zijn aangepast om snel te bewegen op een harde ondergrond.

Welke aanpassingen hebben roofvogels?

Ze hebben scherpe klauwen en een haaksnavel om prooien te vangen en te verscheuren.

Wat is een haaksnavel?

Een haaksnavel is een kromme snavel waarmee prooien in stukken worden gescheurd.

Wat is een kegelsnavel?

Een kegelsnavel is een korte, stevige snavel om zaden te kraken.

Wat is een pincetsnavel?

Een pincetsnavel is een smalle, spitse snavel om insecten te vangen.

Wat is een zeefsnavel?

Een zeefsnavel is een brede snavel waarmee voedsel uit het water wordt gezeefd.

Wat is een priemsnavel?

Een priemsnavel is een lange, dunne snavel om voedsel uit de bodem te halen.

Welke aanpassingen hebben watervogels?

Ze hebben zwemvliezen, waterafstotende veren en vaak een zeefsnavel.

6.6 Aanpassingen bij planten
Wat zijn huidmondjes?

Huidmondjes zijn kleine openingen in de opperhuid van bladeren waardoor stoffen worden opgenomen en afgegeven.

Welke stoffen gaan via huidmondjes een plant in en uit?

Via huidmondjes neemt een plant koolstofdioxide op en geeft zuurstof en waterdamp af.

Waarom zijn huidmondjes belangrijk voor planten?

Ze zorgen voor gaswisseling en spelen een rol bij fotosynthese en verdamping.

Hoe zijn planten aangepast aan een droge omgeving?

Ze hebben bijvoorbeeld weinig huidmondjes, een dikke waslaag en kleine bladeren.

Waarom hebben planten in droge gebieden weinig huidmondjes?

Daardoor verliezen ze minder water door verdamping.

Wat is de functie van een waslaagje op bladeren?

Een waslaagje vermindert verdamping en beschermt tegen uitdroging.

Waarom hebben sommige planten behaarde bladeren?

Beharing zorgt ervoor dat water minder snel verdampt.

Hoe slaan planten in droge gebieden water op?

Ze slaan water op in bladeren of in de stengel.

Waarom hebben planten in droge gebieden vaak een groot wortelstelsel?

Hiermee kunnen ze snel of diep water opnemen uit de bodem.

Hoe zijn planten aangepast aan een vochtige omgeving?

Ze hebben vaak veel huidmondjes, grote bladeren en een dunne waslaag.

Waarom hebben planten in vochtige gebieden grote bladeren?

Grote bladeren helpen bij het opnemen van licht en het afgeven van water.

Wat zijn kenmerken van waterplanten?

Ze hebben vaak een zwak wortelstelsel en soms luchtkanalen in de stengels.

Waar zitten de huidmondjes bij drijvende waterplanten?

De huidmondjes zitten alleen aan de bovenkant van de bladeren.

Waarom hebben ondergedoken waterplanten geen huidmondjes?

Ze nemen stoffen direct op via hun bladeren uit het water.

Wat zijn luchtkanalen in waterplanten?

Luchtkanalen zijn ruimtes in de stengel die zuurstof naar de wortels vervoeren.

Wat zijn zonplanten?

Zonplanten zijn planten die het best groeien bij veel licht.

Wat zijn schaduwplanten?

Schaduwplanten zijn planten die goed groeien bij weinig licht.

Hoe zijn schaduwplanten aangepast aan weinig licht?

Ze hebben vaak grote, dunne en donkergroene bladeren.

Wat zijn klimplanten?

Klimplanten zijn planten die met hulp van andere structuren omhoog groeien om meer licht te krijgen.

Hoe klimmen klimplanten omhoog?

Ze gebruiken hechtwortels of ranken om zich vast te houden.