3.1 Genotype en fenotype
Wat is een chromosoom?
Een chromosoom is een drager van erfelijke informatie die bestaat uit DNA in de celkern.
Wat is een gen?
Een gen is een stukje DNA dat de informatie bevat voor één erfelijke eigenschap.
Wat is een allel?
Een allel is een variant van een gen, bijvoorbeeld een allel voor bruine of blonde haarkleur.
Waarom hebben chromosomen paren?
Omdat je de helft van je chromosomen van je vader en de helft van je moeder krijgt.
Hoe ontstaat je genotype?
Je genotype ontstaat bij de bevruchting wanneer de chromosomen van de eicel en de zaadcel samenkomen.
Blijft je genotype je hele leven hetzelfde?
Ja, je genotype verandert niet omdat het bij elke celdeling wordt gekopieerd.
Wat is het fenotype?
Het fenotype bestaat uit alle zichtbare en onzichtbare eigenschappen van een organisme.
Waarom kan het fenotype veranderen?
Het fenotype kan veranderen door invloeden uit het milieu, zoals zonlicht, voeding of gedrag.
Kun je je genotype veranderen door je gedrag?
Nee, je genotype blijft hetzelfde, ook als je je uiterlijk of leefstijl verandert.
Waarom heeft iemand geverfd haar geen invloed op het genotype?
Omdat verven alleen het uiterlijk verandert, niet de erfelijke informatie in de cellen.
Welke rol spelen genen bij het fenotype?
Het genotype bepaalt welke eigenschappen mogelijk zijn en vormt de basis van het fenotype.
Welke invloed heeft het milieu op het fenotype?
Het milieu kan eigenschappen versterken of veranderen zonder dat het genotype verandert.
Waarom staan sommige genen ‘aan’ en andere ‘uit’?
Alleen de genen die een cel nodig heeft voor zijn functie worden geactiveerd.
Hoe ontstaan twee verschillende allelen voor één eigenschap?
Door erfelijke variatie kunnen de allelen van vader en moeder van elkaar verschillen.
Wat gebeurt er met je allelen na de bevruchting?
De allelen vormen samen genenparen die in elke nieuwe lichaamscel worden doorgegeven.
Waarom lijken mensen op hun ouders?
Omdat ze een combinatie van allelen van beide ouders erven die hun eigenschappen bepalen.
Kunnen omgevingsfactoren je eigenschappen blijvend veranderen?
Ze kunnen je fenotype beïnvloeden, maar veroorzaken geen blijvende verandering in je genotype.
Hoe beïnvloedt zonlicht het fenotype?
Zonlicht kan bijvoorbeeld je huid donkerder maken, maar verandert niet de erfelijke informatie.
Waarom ziet nieuw haar na verven weer in je originele kleur uit?
Omdat de haarwortel het genotype volgt en steeds de erfelijke haarkleur produceert.
Welke twee factoren bepalen samen het fenotype?
Het genotype en de invloeden uit het milieu bepalen samen het fenotype.
3.2 Genen
Wat betekent het als iemand homozygoot is?
Dan bevatten de twee allelen voor een eigenschap dezelfde informatie.
Wat betekent het als iemand heterozygoot is?
Dan hebben de twee allelen voor een eigenschap verschillende informatie.
Waarom zie je bij een dominant allel het kenmerk in het uiterlijk?
Omdat een dominant allel sterker is en daarom altijd tot uiting komt in het fenotype.
Wanneer zie je een recessief allel in het fenotype?
Alleen wanneer er geen dominant allel aanwezig is.
Waarom kan een heterozygoot persoon toch krullend haar hebben?
Omdat het allel voor krullend haar dominant is over het allel voor steil haar.
Hoe geef je een dominant en recessief allel weer?
Een dominant allel krijgt een hoofdletter en een recessief allel dezelfde kleine letter.
Waarom kun je aan het uiterlijk niet altijd het genotype zien?
Omdat een dominant allel het recessieve allel kan overstemmen.
Wat is een genotype voor krullend haar?
Dat kan AA zijn of Aa, omdat beide leiden tot krullend haar.
Waarom heeft iemand met aa steil haar?
Omdat er geen dominant allel aanwezig is om het recessieve allel te overstemmen.
Wat is een intermediair fenotype?
Een fenotype dat een mix is van twee even sterke allelen bij een heterozygoot organisme.
Wanneer ontstaat een intermediair fenotype?
Als twee allelen even sterk zijn en geen van beide dominant is.
Waarom hebben heterozygote leeuwenbekjes roze bloemen?
Omdat rood en wit even sterk zijn en samen een gemengd fenotype vormen.
Waarom bestaan er letters zoals Ar en Aw bij sommige eigenschappen?
Omdat beide allelen even sterk zijn en daarom met aparte hoofdletters worden aangegeven.
Hoe weet je of een persoon met krullend haar AA of Aa is?
Dat kun je niet aan het uiterlijk zien, omdat krullend haar dominant is.
Welke informatie geeft een allelenpaar?
Het laat zien welke varianten van een gen aanwezig zijn bij een organisme.
Waarom gebruiken biologen één letter per eigenschap?
Om genotypen duidelijk en eenvoudig aan te geven.
Hoe ontstaat variatie in genotypen voor een eigenschap?
Door verschillende combinaties van dominante en recessieve allelen.
Waarom bepaalt een dominant allel het uiterlijk?
Omdat het sterker is en daardoor het recessieve allel onderdrukt.
Waarom hebben mensen soms dezelfde eigenschap maar een ander genotype?
Omdat zowel een homozygoot als een heterozygoot dominant genotype hetzelfde fenotype kan geven.
Wat betekent het begrip allelenpaar?
De twee allelen van een gen die samen bepalen welke eigenschap iemand heeft.
3.3 Kruisingen
Wat is een kruising bij organismen?
Een kruising is het verkrijgen van nakomelingen door twee organismen met elkaar te laten voortplanten.
Wat betekent de letter P in een kruising?
P staat voor de oudergeneratie die wordt gebruikt om nakomelingen te krijgen.
Wat is de F1-generatie?
De F1-generatie bestaat uit de nakomelingen die ontstaan uit de oudergeneratie.
Wat is de F2-generatie?
De F2-generatie ontstaat wanneer de organismen van de F1-generatie zich onderling voortplanten.
Waarom maken biologen een kruisingsschema?
Om te voorspellen welke genotypen en fenotypen de nakomelingen kunnen krijgen.
Waarom bevat een geslachtscel maar één allel per gen?
Omdat geslachtscellen worden gevormd door meiose waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd.
Wat is het genotype van een homozygote zwarte labrador?
Het genotype is AA, omdat het allel voor zwarte vacht dominant is.
Wat is het genotype van een gele labrador?
Het genotype is aa, omdat geel recessief is.
Waarom zijn alle nakomelingen in de F1 van AA × aa zwart?
Omdat ze allemaal het dominante allel A krijgen en daardoor een zwart fenotype hebben.
Welke genotypen kunnen voorkomen in de F2 van Aa × Aa?
De genotypen AA, Aa en aa kunnen voorkomen.
Wat is de kans op een gele labrador in de F2 van Aa × Aa?
De kans is 25%, omdat alleen aa een gele kleur geeft.
Waarom worden verhoudingen beter zichtbaar bij veel nakomelingen?
Omdat toeval minder invloed heeft naarmate de aantallen groter worden.
Welke fenotypische verhouding ontstaat bij Aa × Aa?
De verhouding is 3 zwarte nakomelingen op 1 gele nakomeling.
Welke genotypische verhouding ontstaat bij Aa × Aa?
De verhouding is 1 AA : 2 Aa : 1 aa.
Waarom kunnen in de F2 vier combinaties van allelen ontstaan?
Omdat elke eicel en elke zaadcel twee mogelijke allelen kan bevatten.
Wat laat een kruisingsschema zien?
Het laat alle mogelijke combinaties zien van eicellen en zaadcellen.
Wat betekent het als één ouder heterozygoot is en de ander homozygoot recessief?
Dan ontstaat altijd een verhouding van 1 : 1 in fenotypen en genotypen.
Waarom gebruiken fokkers kruisingen?
Om eigenschappen te behouden of te versterken, zoals lange haren bij een angorakonijn.
Wat is een generatie in een kruising?
Een generatie is één laag van nakomelingen binnen een reeks voortplantingen.
Wat kun je voorspellen met een kruising?
Je kunt voorspellen welke kans elke eigenschap heeft om bij nakomelingen te verschijnen.
3.4 Stambomen
Wat is een stamboom?
Een stamboom is een schema waarin je laat zien hoe eigenschappen binnen een familie worden doorgegeven.
Waarom gebruiken biologen symbolen in een stamboom?
Symbolen maken overzichtelijk wie een man, vrouw of kind is en welke eigenschappen zij hebben.
Hoe herken je een man en vrouw in een stamboom?
Een man wordt weergegeven met een vierkantje en een vrouw met een rondje.
Wat lees je af aan het fenotype in een stamboom?
Je ziet welke eigenschappen iemand heeft, zoals haarkleur of oogkleur.
Waarom is het kind met een afwijkend fenotype belangrijk in een stamboom?
Omdat zo’n kind laat zien dat beide ouders een recessief allel moeten hebben.
Hoe weet je dat een kind met blond haar genotype aa heeft?
Omdat blond recessief is en daarom alleen verschijnt als beide allelen recessief zijn.
Wat kun je afleiden over de ouders als zij een recessief kind krijgen?
Dan moeten beide ouders heterozygoot zijn.
Wat betekent een dominant allel in een stamboom?
Een dominant allel komt tot uiting in het fenotype, ook als het maar één keer voorkomt.
Waarom weet je bij bruinharige gezinsleden niet zeker of ze AA of Aa zijn?
Omdat bruin dominant is en daardoor beide genotypen hetzelfde uiterlijk geven.
Hoe vul je genotypen aan in een stamboom?
Je gebruikt de fenotypen en de recessieve kinderen om te bepalen welke allelen mogelijk zijn.
Waarom kunnen ouders met bruin haar toch een blond kind krijgen?
Omdat ze allebei een recessief allel voor blond haar bij zich kunnen dragen.
Hoe herken je een homozygoot recessief kind in een stamboom?
Het kind heeft het recessieve fenotype, bijvoorbeeld blond haar.
Waarom zijn stambomen handig voor erfelijkheidsonderzoek?
Ze laten zien hoe eigenschappen zich verspreiden binnen een familie.
Kun je altijd alle genotypen in een stamboom bepalen?
Nee, bij dominante fenotypen kunnen meerdere genotypen mogelijk zijn.
Wat betekent het wanneer meerdere kinderen bruin haar hebben?
Dat ze minstens één dominant allel hebben, dus A.
Hoe bepaal je het genotype van een recessief kind?
Een recessief fenotype betekent altijd dat beide allelen recessief zijn.
Waarom kan een stamboom helpen bij voorspellen van erfelijke eigenschappen?
Omdat je kunt zien welke allelen in de familie aanwezig zijn.
Wat kun je zeggen over ouders als ze alleen dominante fenotypes doorgeven?
Dat ze mogelijk homozygoot dominant zijn, maar dat is niet zeker zonder recessieve kinderen.
Waarom kun je bij een dominant fenotype niet altijd het genotype vaststellen?
Omdat zowel AA als Aa hetzelfde uiterlijk geven.
Wat leer je van het invullen van genotypen bij een stamboom?
Je leert hoe eigenschappen worden doorgegeven en welke allelen in de familie voorkomen.
3.5 Variatie in genotypen
Wat is ongeslachtelijke voortplanting?
Bij ongeslachtelijke voortplanting ontstaat een nieuw organisme uit één ouder, zonder versmelting van geslachtscellen.
Waarom heeft een nakomeling bij ongeslachtelijke voortplanting hetzelfde genotype als de ouder?
Omdat alle nieuwe cellen worden gevormd door mitose waardoor de erfelijke informatie gelijk blijft.
Waarom kan het fenotype van een kloon toch verschillen van de ouder?
Omdat het milieu invloed heeft op zichtbare eigenschappen zoals groei en kleur.
Wat is stekken?
Stekken is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting waarbij een stukje plant uitgroeit tot een nieuwe plant.
Hoe planten aardappels zich ongeslachtelijk voort?
Aardappels planten zich voort via knollen waaruit nieuwe planten groeien.
Wat is geslachtelijke voortplanting?
Geslachtelijke voortplanting is het versmelten van twee geslachtscellen waardoor een nieuw genotype ontstaat.
Waarom ontstaat variatie bij geslachtelijke voortplanting?
Omdat elke geslachtscel andere allelen kan bevatten, waardoor veel combinaties mogelijk zijn.
Wat is een mutatie?
Een mutatie is een plotselinge verandering in het DNA van een cel.
Waar kan een mutatie plaatsvinden?
Een mutatie kan ontstaan in een lichaamscel of in een geslachtscel.
Waarom wordt een mutatie in een lichaamscel niet doorgegeven?
Omdat de mutatie niet voorkomt in de geslachtscellen die bij voortplanting worden gebruikt.
Wanneer wordt een mutatie wel doorgegeven?
Als de mutatie in een geslachtscel zit en die cel meedoet aan de bevruchting.
Wat is een mutant?
Een mutant is een organisme waarbij een gemuteerd allel zichtbaar is in het fenotype.
Wat is een voorbeeld van een mutant?
Een albino is een bekend voorbeeld, omdat pigment door een mutatie niet wordt aangemaakt.
Wat zijn mutagene invloeden?
Mutagene invloeden zijn factoren van buiten het lichaam die mutaties kunnen veroorzaken.
Noem voorbeelden van mutagene invloeden.
Voorbeelden zijn uv-straling, röntgenstraling, sigarettenrook en asbest.
Hoe kan kanker ontstaan door mutaties?
Kanker ontstaat wanneer een cel door mutaties ongeremd gaat delen en een tumor vormt.
Wat is een goedaardige tumor?
Een goedaardige tumor groeit langzaam en dringt geen omliggende weefsels binnen.
Wat is een kwaadaardige tumor?
Een kwaadaardige tumor groeit snel en dringt omliggende weefsels binnen.
Wat zijn uitzaaiingen?
Uitzaaiingen ontstaan wanneer kankercellen via bloed of lymfe elders nieuwe tumoren vormen.
Waarom zorgt mutatie én geslachtelijke voortplanting samen voor veel variatie?
Omdat mutaties nieuwe allelen vormen en geslachtelijke voortplanting deze allelen steeds opnieuw combineert.
3.6 Evolutie
Wat is een soort?
Een soort is een groep organismen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen.
Wat is een ras binnen een soort?
Een ras is een groep organismen binnen één soort die verschillen door erfelijke eigenschappen.
Waarom kunnen twee olifantensoorten zich niet voortplanten?
Omdat ze genetisch te verschillend zijn en daardoor geen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.
Wat betekent evolutie?
Evolutie is de geleidelijke verandering van soorten in een zeer lange tijd.
Wie is bekend als belangrijke bedenker van de evolutietheorie?
Charles Darwin wordt gezien als de belangrijkste bedenker van de evolutietheorie.
Wat is een populatie?
Een populatie is een groep organismen van dezelfde soort die in hetzelfde gebied leven en zich voortplanten.
Waarom is er variatie binnen een populatie?
Door geslachtelijke voortplanting en mutaties ontstaan steeds verschillende genotypen en fenotypen.
Wat is natuurlijke selectie?
Natuurlijke selectie is het proces waarbij organismen die beter aangepast zijn aan het milieu meer nakomelingen krijgen.
Waarom worden slakken met een opvallende kleur sneller opgegeten?
Omdat ze beter zichtbaar zijn voor roofdieren en daardoor minder overlevingskans hebben.
Wat gebeurt er als het milieu verandert?
Een andere eigenschap kan dan gunstiger worden, waardoor organismen met die eigenschap meer overleven.
Hoe kan de samenstelling van een populatie veranderen?
Door natuurlijke selectie kunnen gunstige eigenschappen steeds vaker voorkomen.
Wanneer ontstaan er nieuwe soorten?
Als groepen organismen lang gescheiden leven en zoveel verschillen ontwikkelen dat ze niet meer kunnen voortplanten.
Hoe kan een snelweg leiden tot soortvorming?
Omdat een populatie hierdoor gesplitst wordt en de twee groepen zich niet meer met elkaar voortplanten.
Waarom worden verschillende vormen binnen één soort nog geen nieuwe soorten genoemd?
Omdat ze zich nog steeds met elkaar kunnen voortplanten.
Wat bepaalt of een fenotype gunstig is?
Het milieu bepaalt welke eigenschappen voordeel geven bij overleven.
Waarom hebben populaties met veel variatie een grotere overlevingskans?
Omdat de kans groter is dat sommige organismen zijn aangepast aan nieuwe omstandigheden.
Wat kan er gebeuren als een eigenschap een groot voordeel geeft?
Organismen met die eigenschap krijgen meer nakomelingen en de eigenschap wordt steeds vaker doorgegeven.
Waarom veranderen soorten soms over duizenden jaren?
Omdat kleine veranderingen zich langzaam opstapelen door natuurlijke selectie.
Hoe ontstaan rassen bij planten en dieren?
Door fokken of kweken waarbij bepaalde erfelijke eigenschappen worden geselecteerd.
Waarom hebben gele slakken soms een voordeel in een droger milieu?
Omdat er minder groen is waardoor hun kleur minder opvalt en ze minder snel worden gegeten.
3.7 Verwantschap
Wat is een fossiel?
Een fossiel is een versteend organisme of een afdruk ervan dat in gesteente bewaard is gebleven.
Wat kun je leren van fossielen?
Je ziet welke soorten vroeger leefden en hoe soorten zijn ontstaan, veranderd of verdwenen.
Wat betekent verwantschap tussen soorten?
Soorten zijn verwant als ze een gemeenschappelijke voorouder hebben gehad.
Hoe onderzoeken biologen verwantschap?
Ze kijken naar overeenkomsten in bouw, celprocessen en stoffen in cellen.
Waarom lijken de ledematen van sommige dieren op elkaar?
Omdat deze dieren waarschijnlijk een gemeenschappelijke voorouder hadden.
Wat bewijst overeenkomsten in skeletbouw?
Dat verschillende soorten zijn ontstaan uit dezelfde voorouder.
Waarom zijn een vlinder en een vleermuis niet verwant ondanks dat ze beide vleugels hebben?
Omdat hun vleugels anders zijn gebouwd en niet uit dezelfde voorouderlijke structuur komen.
Wat zijn rudimentaire organen?
Rudimentaire organen zijn overblijfselen van organen die vroeger een functie hadden maar nu bijna verdwenen zijn.
Wat is een voorbeeld van een rudimentair orgaan bij de mens?
De staartwervels zijn een rudimentair orgaan bij de mens.
Waarom zijn rudimentaire organen een bewijs voor evolutie?
Omdat ze laten zien dat soorten afstammen van voorouders met andere kenmerken.
Hoe kunnen organismen zonder poten toch rudimentaire poten hebben?
Omdat hun voorouders poten hadden en er restanten in het skelet zijn achtergebleven.
Wat zegt het als celprocessen bij soorten op dezelfde manier verlopen?
Dat deze soorten verwant zijn en dezelfde voorouderlijke basis hebben.
Wat onderzoeken biologen in het DNA van organismen?
Ze kijken naar overeenkomsten in de volgorde van DNA en in de samenstelling van eiwitten.
Wat betekent veel DNA-overeenkomst tussen twee soorten?
Dat hun gemeenschappelijke voorouder minder lang geleden leefde.
Wat is een evolutionaire stamboom?
Een schema waarin staat hoe soorten van elkaar afstammen en hoe nauw ze verwant zijn.
Hoe lees je een evolutionaire stamboom?
Soorten die dichter bij elkaar staan, hebben een recentere gemeenschappelijke voorouder.
Waarom is DNA-onderzoek belangrijk voor het bepalen van verwantschap?
Omdat DNA duidelijke en betrouwbare informatie geeft over overeenkomsten tussen soorten.
Hoe ontstaan verschillende functies van overeenkomstige ledematen?
Door aanpassing aan verschillende milieus ontwikkelen dezelfde structuren andere vormen en functies.
Waarom kunnen soorten met dezelfde functie niet verwant zijn?
Omdat dezelfde functie kan ontstaan zonder dat de bouw gelijk is, zoals bij vleugels van insecten en zoogdieren.
Wat laat een evolutionaire stamboom van leeuwen, tijgers en apen zien?
Dat tijgers en leeuwen nauwer verwant zijn dan apen, omdat ze meer DNA-overeenkomsten hebben.