1.1 Ontdek je binnenste
Wat zijn organen in je lichaam?
Organen zijn delen van je lichaam met een eigen taak, zoals het hart dat bloed rondpompt of je ogen die je laten zien.
Waarom heb je zoveel organen nodig?
Je hebt veel organen omdat elk orgaan een specifieke taak uitvoert en je samen laten leven, bewegen en functioneren.
Hoe kun je organen bekijken zonder in een lichaam te kijken?
Met een torso kun je organen bekijken omdat je de plastic onderdelen eruit kunt halen en hun plek kunt zien.
Wat is een orgaanstelsel?
Een orgaanstelsel is een groep organen die samenwerken aan dezelfde taak, zoals het hart en de bloedvaten in het bloedvatenstelsel.
Hoe werkt het ademhalingsstelsel?
Het ademhalingsstelsel haalt zuurstof uit de lucht via je neus of mond, luchtpijp en longen.
Welke weg legt het voedsel af in het verteringsstelsel?
Voedsel gaat via de mond naar de slokdarm, daarna naar de maag en darmen waar voedingsstoffen worden opgenomen.
Wat betekent verteren?
Verteren betekent dat voedsel kleiner wordt gemaakt zodat voedingsstoffen in je bloed kunnen worden opgenomen.
Welke taak heeft het skelet?
Het skelet geeft je lichaam stevigheid en zorgt ervoor dat je rechtop kunt blijven staan.
Waarom kun je bewegen?
Je kunt bewegen doordat al je spieren samenwerken in het spierstelsel.
Hoe werken orgaanstelsels samen tijdens het hardlopen?
Je ademhalingsstelsel neemt extra zuurstof op, je hart pompt sneller en je spieren gebruiken die zuurstof om te bewegen.
Waarom ga je hijgen als je hardloopt?
Je gaat hijgen omdat je spieren meer zuurstof nodig hebben en je sneller lucht moet binnenhalen.
Waarom klopt je hart sneller bij inspanning?
Je hart klopt sneller om meer zuurstof en voedingsstoffen naar je spieren te sturen.
Waaruit bestaan organen?
Organen bestaan uit cellen, dat zijn heel kleine bouwsteentjes die je alleen met een microscoop kunt zien.
Waarom zien cellen er verschillend uit?
Cellen zien er verschillend uit omdat ze verschillende taken hebben, zoals lange spiercellen of platte wangcellen.
Wat doet de celkern?
De celkern regelt alles in de cel en stuurt de cel aan.
Wat is cytoplasma?
Cytoplasma is de stroperige vloeistof in de cel waarin de celonderdelen liggen.
Welke functie heeft het celmembraan?
Het celmembraan houdt alles in de cel bij elkaar en beschermt de inhoud.
Wat is een weefsel?
Een weefsel is een groep cellen van hetzelfde type met dezelfde taak, zoals spierweefsel.
Hoe helpen spiercellen bij beweging?
Spiercellen kunnen samentrekken en daardoor worden je spieren korter, waardoor je kunt bewegen.
Waarom zijn cellen de bouwstenen van je lichaam?
Cellen vormen samen weefsels, weefsels vormen organen en organen laten je hele lichaam werken.
1.2 Je omgeving ontdekken
Wat is een organisme?
Een organisme is een levend wezen, zoals een mens, dier of plant.
Hoe neem je een organisme waar?
Je neemt organismen waar door te kijken, horen, voelen, ruiken of proeven.
Waarom gebruik je een loep?
Met een loep kun je kleine onderdelen van organismen ongeveer tien keer vergroten.
Waarvoor gebruik je een microscoop?
Een microscoop gebruik je om heel kleine onderdelen zoals cellen sterk te vergroten.
Wat is een preparaat?
Een preparaat is een dun stukje materiaal op een objectglas met een dekglaasje erop om onder de microscoop te bekijken.
Waarom moet een preparaat dun zijn?
Het moet dun zijn zodat het licht van de microscoop er goed doorheen kan schijnen.
Wat is een natuurgetrouwe tekening?
Dat is een tekening waarin je heel precies alle details tekent zoals je ze ziet.
Wat is een schematische tekening?
Dat is een tekening waarin je alleen de belangrijkste onderdelen en kenmerken weergeeft.
Waarom zet je de vergroting bij een tekening?
Je zet de vergroting erbij zodat anderen weten hoe groot het beeld onder de microscoop was.
Hoe bepaal je de vergroting van een microscoop?
Je vermenigvuldigt de vergroting van het oculair met die van het objectief.
Wat is een lengtedoorsnede?
Een lengtedoorsnede is een doorsnede die in de lengte door een organisme wordt gemaakt.
Wat is een dwarsdoorsnede?
Een dwarsdoorsnede is een doorsnede die dwars door een organisme wordt gemaakt.
Wat zijn kenmerken van een organisme?
Kenmerken zijn eigenschappen waaraan je een organisme kunt herkennen.
Waarom moet een beschrijving nauwkeurig zijn?
Een beschrijving moet nauwkeurig zijn zodat anderen precies begrijpen welk organisme je bedoelt.
Wat betekent determineren?
Determineren betekent dat je met vragen en kenmerken de naam van een organisme opzoekt.
Wat is een zoekkaart?
Een zoekkaart is een kaart met vragen over kenmerken waarmee je stap voor stap de naam van een organisme vindt.
Waarom moet je nauwkeurig waarnemen bij determineren?
Je moet nauwkeurig kijken omdat sommige verschillen tussen soorten heel klein zijn.
Wat is een flora?
Een flora is een boek waarin veel plantensoorten met determinatietabellen staan.
Hoe werkt een determinatietabel?
Je beantwoordt steeds een ja-of-nee-vraag over kenmerken totdat je bij de juiste naam uitkomt.
Hoe kun je met een computer determineren?
Je kunt kenmerken invoeren in een programma of app dat daaruit de naam van het organisme afleidt.
1.3 Onderzoek doen
Wat is een onderzoeksvraag?
Een onderzoeksvraag is de vraag waarop je tijdens een onderzoek antwoord wilt vinden.
Waarom onderzoek je maar één ding tegelijk?
Je onderzoekt één ding tegelijk zodat je precies weet waardoor een resultaat wordt veroorzaakt.
Wat is een hypothese?
Een hypothese is een mogelijk antwoord op je onderzoeksvraag dat je vooraf bedenkt.
Waarom maak je een werkplan?
Je maakt een werkplan om duidelijk te beschrijven hoe je het onderzoek gaat uitvoeren.
Wat hoort er in de werkwijze van een werkplan?
In de werkwijze staat hoe je het onderzoek uitvoert, wanneer je meet en hoe lang het onderzoek duurt.
Waarom moet je meerdere keren meten of testen?
Door vaker te meten zie je of de resultaten betrouwbaar zijn en niet toevallig.
Wat is een proefopstelling?
Een proefopstelling is de manier waarop je materialen neerzet om een experiment uit te voeren.
Wat is een steekproef?
Een steekproef is een deel van een groep dat je onderzoekt om iets te weten te komen over de hele groep.
Waarvoor gebruik je een proefvlak?
Een proefvlak gebruik je om een klein deel van een gebied te onderzoeken, bijvoorbeeld planten in een weiland.
Wat zet je in de lijst met benodigdheden?
Daarin zet je alle spullen die je nodig hebt om het onderzoek goed uit te voeren.
Wat zijn resultaten bij een onderzoek?
Resultaten zijn waarnemingen, tellingen of metingen die je tijdens het onderzoek verzamelt.
Hoe leg je waarnemingen vast?
Waarnemingen leg je vast in een tekening of beschrijving zodat anderen kunnen zien wat je hebt gezien.
Waarom gebruik je een turflijst?
Een turflijst gebruik je om duidelijk bij te houden hoe vaak iets voorkomt.
Wat is een tabel?
Een tabel is een overzicht van getallen of gegevens die je makkelijk kunt aflezen.
Wanneer gebruik je een staafdiagram?
Een staafdiagram gebruik je om aantallen of hoeveelheden duidelijk te vergelijken.
Wat laat een lijndiagram zien?
Een lijndiagram laat zien hoe iets verandert in de tijd, zoals groei of temperatuur.
Wat is een grafiek?
Een grafiek is de lijn in een lijndiagram die de meetpunten met elkaar verbindt.
Waarvoor gebruik je een cirkeldiagram?
Een cirkeldiagram laat zien hoeveel procent een deel is van het totaal.
Wat is een legenda?
Een legenda vertelt welke kleur of vorm in een diagram bij welke waarde hoort.
Hoe trek je een conclusie bij een onderzoek?
Je kijkt of de resultaten antwoord geven op de onderzoeksvraag en vergelijkt dat met je hypothese.
1.4 Dieren van vroeger
Wat zijn fossielen?
Fossielen zijn versteende overblijfselen of afdrukken van planten en dieren die vroeger leefden.
Hoe weten onderzoekers hoe dieren er vroeger uitzagen?
Onderzoekers bestuderen fossielen en reconstrueren daarmee hoe dieren en planten eruit moeten hebben gezien.
Wat doet een paleontoloog?
Een paleontoloog onderzoekt fossielen om informatie te krijgen over vroegere organismen.
Waarom zijn fossielen belangrijk?
Ze laten zien hoe het leven er miljoenen jaren geleden uitzag en welke organismen toen leefden.
Wat vertelt het fossiel van een varen?
Het laat zien dat deze varen heel groot kon worden en al 300 miljoen jaar geleden voorkwam.
Wat is de Archaeopteryx?
De Archaeopteryx is een fossiel dier dat kenmerken heeft van reptielen en vogels en als overgangsvorm wordt gezien.
Waarom worden niet alle dieren fossielen?
De zachte delen verteren snel en alleen harde delen blijven soms bewaard onder de juiste omstandigheden.
Wat is sediment?
Sediment is een laag van zand, klei en schelpdeeltjes die harde delen van dode organismen kan bedekken.
Hoe ontstaat verstening?
Door druk en warmte worden lagen sediment in miljoenen jaren zo hard als steen.
Waarom vind je veel fossielen in rivierdelta’s?
Daar worden dode planten en dieren snel begraven door zand en klei, waardoor de kans op fossielen groter is.
Waarom vind je ook fossielen in woestijnen?
In woestijnen kunnen zandstormen dode dieren snel bedekken, waardoor ze behouden blijven.
Wat is erosie?
Erosie is het afslijten van de aardbodem door wind en water waardoor fossielen zichtbaar kunnen worden.
Wat gebeurt er met gesteentelagen in de loop van de tijd?
Gesteentelagen kunnen verschuiven en plooien waardoor fossielen later aan het oppervlak komen.
Hoe kun je de ouderdom van een fossiel bepalen?
Door te kijken in welke steenlaag het fossiel zit of door te meten hoe snel stoffen in het fossiel veranderen.
Wat zijn gidsfossielen?
Gidsfossielen zijn fossielen die veel voorkomen, makkelijk herkenbaar zijn en slechts kort hebben bestaan.
Waarom zijn gidsfossielen handig?
Ze helpen bepalen hoe oud een gesteentelaag is omdat ze maar in een paar lagen voorkomen.
Wat is een ammoniet?
Een ammoniet is een uitgestorven inktvis met een spiraalvormige schelp die vaak als gidsfossiel wordt gebruikt.
Hoe kunnen bladeren fossiliseren?
Bladeren kunnen door modder worden bedekt en in de loop van tijd veranderen in steenkoolachtige afdrukken.
Waarom lijken sommige fossielen donker en glimmend?
Door chemische veranderingen kunnen plantenresten veranderen in steenkoolachtige materialen.
Welke rol speelt aardwarmte bij fossielvorming?
Aardwarmte helpt sedimentlagen hard te maken waardoor de resten van organismen verstenen.