8.5 Taakverdeling binnen groepen

In deze uitleg over gedrag bij mensen leer je wat normen, waarden en rolgedrag zijn. Deze begrippen helpen om te begrijpen hoe mensen zich in een groep gedragen en waarom bepaald gedrag wel of niet passend is.

Normen zijn gedragsregels waarvan veel mensen vinden dat je je eraan moet houden. Denk bijvoorbeeld aan regels als: je mag niet stelen of je moet mensen helpen die in nood zijn. Normen zie je vaak terug in het zichtbare gedrag van mensen.

Waarden zijn de uitgangspunten die mensen belangrijk vinden in hun leven. Voorbeelden daarvan zijn eerlijkheid en respect. Je ziet een waarde niet altijd direct, maar je merkt die wel aan het gedrag dat eruit voortkomt. Daardoor liggen waarden vaak onder normen.

Normen, waarden en zichtbaar gedrag

Het verschil tussen normen en waarden is dus dat normen meestal duidelijker zichtbaar zijn in wat iemand doet. Waarden vormen meer de achterliggende overtuigingen. Iemand kan bijvoorbeeld eerlijkheid belangrijk vinden. Vervolgens zie je die waarde terug in gedrag, zoals de waarheid vertellen of geen spullen van anderen meenemen.

In de biologie komen normen en waarden meestal kort aan bod. Toch zijn ze belangrijk, omdat ze invloed hebben op hoe mensen zich binnen een groep gedragen. Daardoor spelen ze ook een rol bij de taakverdeling binnen groepen en bij de verwachtingen die mensen van elkaar hebben.

Naast normen en waarden is ook rolgedrag belangrijk. Mensen leven voortdurend samen met anderen. Ze werken met elkaar, wonen samen, sporten samen en komen elkaar op allerlei plekken tegen. In al die situaties hebben mensen een bepaalde relatie met elkaar. Daarom ontstaat ook bepaald gedrag dat bij die situatie past.

Rolgedrag en rolpatronen in groepen

Een goed voorbeeld is de relatie tussen een leerling en een docent. Van een docent verwacht men gedrag dat past bij zijn rol. Een docent moet zich dus gedragen als docent. Wanneer dat niet gebeurt, valt dat direct op. Mensen vinden dat vaak vreemd, omdat het niet past binnen het verwachte rolpatroon.

Hetzelfde zie je in een supermarkt. Een medewerker heeft daar de rol van winkelmedewerker. Daarom verwachten klanten bepaald gedrag, zoals helpen, uitleg geven of netjes werken. Gedraagt die medewerker zich anders dan verwacht, dan merken mensen dat meteen op.

In de samenleving bestaan dus veel verschillende rolpatronen. Bij elk rolpatroon hoort bepaald rolgedrag. Welk gedrag iemand laat zien, hangt af van de situatie en van de relatie met andere mensen. Daardoor kan één persoon meerdere rollen hebben.

Iemand kan bijvoorbeeld op school of op het werk de rol van docent hebben. Op een sportvereniging heeft diezelfde persoon weer een andere rol. En thuis kan iemand de rol van ouder hebben. Mensen passen hun gedrag dus aan de situatie aan. Dat is belangrijk binnen groepen, omdat zo duidelijk wordt wie welke taak heeft en wat anderen van elkaar mogen verwachten.